5.6.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 148/17
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Kammergericht Berlin (Duitsland) op 18 maart 2010 — Berliner Verkehrsbetriebe (BVG), Anstalt des öffentlichen Rechts/JPMorgan Chase Bank N.A., Frankfurt Branch
(Zaak C-144/10)
2010/C 148/26
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Kammergericht Berlin
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Berliner Verkehrsbetriebe (BVG), Anstalt des öffentlichen Rechts
Verwerende partij: JPMorgan Chase Bank N.A., Frankfurt Branch
Prejudiciële vragen
1.
Vallen ook gedingen waarbij een vennootschap of een rechtspersoon als verweer tegen een vordering op grond van een overeenkomst aanvoert dat de besluiten van haar organen die tot het sluiten van de betrokken overeenkomst hebben geleid, ongeldig zijn wegens schending van haar statuten, onder de werkingssfeer van artikel 22, punt 2, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (1) (verordening nr. 44/2001)?
2.
Voor het geval dat vraag 1 bevestigend wordt beantwoord: is artikel 22, punt 2, van verordening nr. 44/2001 ook van toepassing op publiekrechtelijke rechtspersonen wanneer de geldigheid van de besluiten van de organen van deze rechtspersonen door civiele gerechten moet worden onderzocht?
3.
Voor het geval dat vraag 2 bevestigend wordt beantwoord: is het gerecht van de lidstaat waarbij een geding het laatst is aangebracht, volgens artikel 27 van verordening nr. 44/2001 ook dan verplicht zijn uitspraak te aan te houden wanneer tegen een overeenkomst tot aanwijzing van de bevoegde rechter wordt aangevoerd dat deze overeenkomst ongeldig is omdat zij is tot stand gekomen op grond van een volgens de statuten van een der partijen ongeldig besluit van de organen van die partij?
(1) PB L 12, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy