19.6.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 161/21
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel (België) op 29 maart 2010 — Belgisch interventie- en restitutiebureau (BIRB)/Beneo Orafiti SA
(Zaak C-150/10)
2010/C 161/30
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Rechtbank van eerste aanleg te Brussel
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Belgisch interventie- en restitutiebureau (BIRB)
Verwerende partij: Beneo Orafiti SA
Prejudiciële vragen
1)
Zijn de aan een suikerproducerende onderneming op basis van artikel 9 van verordening nr. 493/2006 van de Commissie (1) toegekende overgangsquota vrijgesteld van de tijdelijke herstructureringsregeling die is ingevoerd bij verordening nr. 320/2006 van de Raad (2) en verordening nr. 968/2006 van de Commissie (3) houdende uitvoeringsbepalingen, in aanmerking nemende dat:
a)
voor die quota geen tijdelijke herstructureringsheffing bestaat, en
b)
geen herstructureringssteun wordt toegekend;
c)
die quota geen quota zijn in de zin van verordening nr. 320/2006 van de Raad, zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 6, van die verordening?
2)
Indien de vorige vraag ontkennend wordt beantwoord: zijn de overgangsquota volwaardige quota, onafhankelijk van de reguliere basisquota, in aanmerking nemende dat:
a)
de overgangsquota worden toegekend op basis van artikel 9 van verordening nr. 493/2006 van de Commissie, en niet op basis van artikel 7 van verordening nr. 318/2006 van de Raad (4);
b)
de criteria voor de toekenning van de overgangsquota verschillen van die voor de toekenning van de reguliere basisquota, en
c)
de overgangsquota overgangsmaatregelen vormen om de overgang van de oude regeling naar de nieuwe regeling voor de suikermarkt van de Gemeenschap te vergemakkelijken en dus in beginsel slechts gelden in het verkoopseizoen 2006/2007?
3)
Indien de eerste en/of de tweede vraag bevestigend wordt beantwoord: heeft een suikerproducerende onderneming die op grond van artikel 3 van verordening nr. 320/2006 van de Raad herstructureringssteun heeft aangevraagd voor het verkoopseizoen 2006/2007, dan recht op toekenning van een overgangsquotum voor het verkoopseizoen 2006/2007 overeenkomstig artikel 9 van verordening nr. 493/2006?
4)
Indien de voorgaande vraag ontkennend wordt beantwoord: kan de toegepaste sanctie bestaan in terugvordering van een deel van de toegekende herstructureringssteun en terugvordering van het overgangsquotum? Hoe moeten het terugvorderingsbedrag bedoeld in artikel 26, lid 1, en de sanctie bedoeld in artikel 27 van verordening nr. 968/2006 van de Commissie worden berekend wanneer een suikerproducerende onderneming herstructureringssteun heeft ontvangen (voor het verkoopseizoen 2006/2007) en haar overgangsquotum heeft gebruikt (waarvoor geen herstructureringssteun is toegekend)? Moet bij de berekening van dat bedrag en die sanctie volledig of gedeeltelijk rekening worden gehouden met:
a)
de door de betrokken suikerproducerende onderneming gemaakte kosten voor de ontmanteling van haar productie-installaties?
b)
het door de suikerproducerende onderneming geleden verlies nadat zij afstand heeft gedaan van haar reguliere basisquotum?
c)
het feit dat het overgangsquotum voortvloeit uit een gerichte overgangsmaatregel, uitsluitend bedoeld voor de productie voor het verkoopseizoen 2006/2007, maar niet voor de andere verkoopseizoenen (behalve in het geval van het overgangsquotum voor suiker)?
d)
schendt de berekening van een terugvorderingsbedrag zonder inachtneming van het gestelde sub a tot en met c het evenredigheidsbeginsel?
5)
Los van de vorige vragen: Wanneer worden de op basis van een herstructureringsplan aangegane verbintenissen effectief, dat wil zeggen bindend voor de aanvrager:
a)
bij het begin van het verkoopseizoen waarvoor de aanvrager herstructureringssteun heeft aangevraagd?
b)
bij de indiening van de aanvraag bij de bevoegde nationale autoriteit?
c)
bij de kennisgeving door de bevoegde nationale autoriteit dat het verzoek als compleet wordt aangemerkt?
d)
bij de kennisgeving door de bevoegde nationale autoriteit dat het verzoek in aanmerking kan komen voor herstructureringssteun?
e)
bij de kennisgeving door de bevoegde nationale autoriteit van haar besluit betreffende de toekenning van herstructureringssteun?
6)
Indien een van de twee eerste vragen (of beide) bevestigend wordt beantwoord: mag een suikerproducerende onderneming waaraan een overgangsquotum is toegekend voor het verkoopseizoen 2006/2007, tijdens het verkoopseizoen ook gebruik maken van dat quotum wanneer haar herstructureringssteun is toegekend voor haar reguliere basisquotum, te beginnen bij het verkoopseizoen 2006/2007?
7)
Indien de vragen 1, 2 en 6 ontkennend worden beantwoord: mag een bevoegde nationale autoriteit van een lidstaat bij niet-nakoming van de verbintenissen in het kader van een herstructureringsplan naast terugvordering van de herstructureringssteun en oplegging van de sanctie van de artikelen 26 en 27 van verordening nr. 968/2006 van de Commissie nog betaling van een overschotheffing volgens artikel 4 van verordening nr. 967/2006 (5) van de Commissie vorderen, of schendt die cumulatie van sancties het beginsel non bis in idem en de beginselen van evenredigheid en non-discriminatie?
(1) Verordening (EG) nr. 493/2006 van de Commissie van 27 maart 2006 inzake overgangsmaatregelen in het kader van de hervorming van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker, en tot wijziging van de verordeningen (EG) nr. 1265/2001 en (EG) nr. 314/2002 (PB L 89, blz. 11).
(2) Verordening (EG) nr. 320/2006 van de Raad van 20 februari 2006 tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap en tot wijziging van verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 58, blz. 42).
(3) Verordening (EG) nr. 968/2006 van de Commissie van 27 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen voor verordening (EG) nr. 320/2006 van de Raad tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap (PB L 176, blz. 32).
(4) Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 58, blz. 1).
(5) Verordening (EG) nr. 967/2006 van de Commissie van 29 juni 2006 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van verordening (EG) nr. 318/2006 met betrekking tot de productie buiten het quotum in de sector suiker (PB L 176, blz. 22).
Full & Egal Universal Law Academy