19.6.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 161/22
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het Arbeidshof te Antwerpen — Afdeling Hasselt (België) op 31 maart 2010 — Dai Cugini NV tegen Rijksdienst voor Sociale Zekerheid
(Zaak C-151/10)
2010/C 161/31
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Arbeidshof te Antwerpen — Afdeling Hasselt
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekster: Dai Cugini NV
Verweerder: Rijksdienst voor Sociale Zekerheid
Prejudiciële vragen
1)
Zijn de nationale bepalingen, namelijk het vermoeden in artikel 22ter van de Wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders (de R.S.Z.-Wet) en artikel 171 van de Programmawet van 22 december 1989 in hun opeenvolgende versies doorheen de tijd al dan niet verenigbaar met de bepalingen van het gemeenschapsrecht en met richtlijn 97/81/EG (1) van de Raad van 15 december 1997, meer bepaald de clausule 5, eerste lid, onder a) waarin wordt gesteld dat in het kader van het beginsel van non-discriminatie tussen deeltijd- en voltijdwerkers de lidstaten, na raadpleging van hun sociale partners overeenkomstig de nationale wetgeving of gebruiken, de belemmeringen van juridische of administratieve aard waardoor de mogelijkheden voor deeltijdwerk kunnen worden beperkt, moeten opsporen, onderzoeken en in voorkomend geval verwijderen?
2)
Zijn de nationale bepalingen waarbij de werkgevers worden verplicht talrijke sociale documenten op te stellen en bij te houden overeenkomstig de artikelen 157 tot en met 169 van de Programmawet van 22 december 1989 en waarbij de niet-naleving van voormelde bepalingen strafrechtelijk worden gesanctioneerd of administratieve geldboeten en burgerrechtelijke sancties kunnen worden opgelegd al dan niet verenigbaar met de bepalingen van het gemeenschapsrecht en met richtlijn 97/81/EG van de Raad van 15 december 1997, meer bepaald de clausule 5, eerste lid, onder a) waarin wordt gesteld dat in het kader van het beginsel van non-discriminatie tussen deeltijd- en voltijdwerkers de lidstaten, na raadpleging van de sociale partners overeenkomstig de nationale wetgeving of gebruiken, de belemmeringen van juridische of administratieve aard waardoor de mogelijkheden voor deeltijdwerk kunnen worden beperkt, moeten opsporen, onderzoeken en in voorkomend geval verwijderen?
(1) Richtlijn 97/81/EG betreffende de door de Unice, het CEEP en het EVV gesloten raamovereenkomst inzake deeltijdarbeid (PB 1998, L 14, blz. 9).
Full & Egal Universal Law Academy