19.6.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 161/36
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Cour de cassation (Frankrijk) op 16 april 2010 — Strafzaak tegen Sélim Abdeli
(Zaak C-189/10)
2010/C 161/54
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Cour de cassation
Partij(en) in de strafzaak
Sélim Abdeli
Prejudiciële vragen
1)
Verzet artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dat op 13 december 2007 te Lissabon is ondertekend, zich tegen een wettelijke regeling zoals vervat in de artikelen 23-2, tweede alinea, en 23-5, tweede alinea, van beschikking nr. 58-1067 van 7 november 1958, ingevoerd bij organieke wet nr. 2009-1523 van 10 december 2009, doordat zij de rechters verplicht met voorrang uitspraak te doen over de toezending van de hun voorgelegde grondwettigheidsvraag aan de Conseil constitutionnel wanneer deze vraag is gestoeld op de onverenigbaarheid van een bepaling van intern recht met de grondwet vanwege haar strijd met het recht van de Unie?
2)
Verzet artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dat op 13 december 2007 te Lissabon is ondertekend, zich tegen een wettelijke regeling zoals vervat in artikel 78-2, vierde alinea, van de code de procédure pénale die erin voorziet dat „binnen een gebied gevormd door de landsgrens van Frankrijk met een staat die partij is bij de op 19 juni 1990 te Schengen ondertekende overeenkomst en een lijn die op 20 kilometer daar vandaan is getrokken, alsook in voor het publiek toegankelijke zones in bij besluit aangewezen havens, luchthavens en trein- en busstations die voor internationaal vervoer openstaan, eveneens de identiteit van een ieder kan worden gecontroleerd op de wijze voorzien in de eerste alinea, ten einde de naleving van de verplichtingen ter zake van het houden, het dragen en het tonen van de bij wet voorziene titels en documenten te verifiëren. Wanneer deze controle plaatsvindt in een trein die een internationale verbinding verzorgt, kan deze worden verricht op het traject tussen de grens en de eerste halte die zich op meer dan 20 kilometer van de grens bevindt. Op spoorlijnen die een internationale verbinding verzorgen en bijzondere kenmerken vertonen op het punt van de haltes die zij aandoen, kan de controle evenwel ook worden verricht tussen deze halte en een halte die zich binnen de volgende 50 kilometer bevindt. Deze lijnen en haltes worden bij ministerieel besluit aangewezen. Wanneer een snelwegtracé begint in het gebied genoemd in de eerste volzin van de onderhavige alinea en het eerste tolstation zich buiten de 20- kilometerlijn bevindt, kan de controle bovendien plaatsvinden bij dit tolstation en de aangrenzende parkeerplaatsen. De door deze bepaling betroffen tolstations worden bij besluit aangewezen.”?
Full & Egal Universal Law Academy