17.7.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 195/12
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal Cível da Comarca do Porto (Portugal) op 10 mei 2010 — Maria Alice Pendão Lapa Costa Ferreira, Alexandra Pendão Lapa Ferreira/Companhia de Seguros Tranquilidade SA
(Zaak C-229/10)
2010/C 195/17
Procestaal: Portugees
Verwijzende rechter
Tribunal Cível da Comarca do Porto
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Maria Alice Pendão Lapa Costa Ferreira, Alexandra Pendão Lapa Ferreira
Verwerende partij: Companhia de Seguros Tranquilidade SA
Prejudiciële vragen
1.
Is met [de] Europese richtlijnen betreffende de verplichte motorrijtuigenverzekering [72/166/EEG (1), 84/5/EEG (2), 90/232/EEG (3), 2000/26/EG (4) en 2005/14/EG (5), inzonderheid artikel 1 bis van richtlijn 90/232] verenigbaar een uitlegging van artikel 505 van de [Portugese] Código Civil volgens welke aansprakelijkheid voor risico’s in verband met de deelneming van voertuigen aan het verkeer is uitgesloten bij een ongeval waaraan enkel en alleen de voetganger schuld heeft?
2.
Is met die richtlijnen verenigbaar een uitlegging van artikel 570 van de Código Civil volgens welke de schadeloosstelling op basis van de mate van schuld van elk van de partijen kan worden verlaagd of uitgesloten wanneer culpoos gedrag van de gelaedeerde tot het ontstaan of de verergering van de schade heeft bijgedragen?
3.
In geval van een bevestigend antwoord, is met die richtlijnen onverenigbaar een uitlegging op grond waarvan de schadeloosstelling kan worden beperkt of verlaagd, rekening houdend met, aan de ene kant, de schuld van de voetganger, en, aan de andere kant, het van een motorrijtuig uitgaande gevaar?
(1) Richtlijn 72/166/EEG van de Raad van 24 april 1972 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid (PB L 103, blz. 1).
(2) Tweede Richtlijn 84/5/EEG van de Raad van 30 december 1983 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven (PB 1984, L 8, blz. 17).
(3) Derde Richtlijn 90/232/EEG van de Raad van 14 mei 1990 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven (PB L 129, blz. 33).
(4) Richtlijn 2000/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 mei 2000 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en houdende wijziging van de richtlijnen 73/239/EEG en 88/357/EEG van de Raad (Vierde richtlijn motorrijtuigenverzekering) (PB L 181, blz. 65).
(5) Richtlijn 2005/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 houdende wijziging van de richtlijnen 72/166/EEG, 84/5/EEG, 88/357/EEG en 90/232/EEG van de Raad en richtlijn 2000/26/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven (PB L 149, blz. 14).
Full & Egal Universal Law Academy