31.7.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 209/24
Beroep ingesteld op 18 mei 2010 — Europese Commissie/Italiaanse Republiek
(Zaak C-243/10)
2010/C 209/34
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: D. Grespan en B. Stromsky, gemachtigden)
Verwerende partij: Italiaanse Republiek
Conclusies
—
vaststellen dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijnen alle maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn voor de opheffing van de staatssteunregeling die onrechtmatig en met de interne markt onverenigbaar is verklaard bij beschikking 2008/854/EG van de Commissie van 2 juli 2008 betreffende de steunregeling „Regionale wet nr. 9 van 1998 — Onrechtmatige toepassing van steunmaatregel N 272/98” C 1/04 (ex NN 158/03 en CP 15/2003) [ter kennis gebracht op 4 juli 2008 onder nummer C(2008) 2997 en bekendgemaakt in PB L 302, van 13 november 2008, blz. 9-18), de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens de artikelen 2, 3 en 4 van die beschikking en krachtens het VWEU;
—
de Italiaanse Republiek verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
1.
Bij beschikking 2008/854 is de steunregeling die voortvloeit uit resolutie nr. 33/6 van de Giunta regionale della Regione Sardegna van 27 juli 2000 juncto artikel 2 van regionale wet nr. 9 van 11 maart 1998, onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt verklaard omdat zij de mogelijkheid biedt, steun zonder stimulerend effect te verlenen. Bijgevolg gelast die beschikking terugvordering van de op grond van die regeling verleende steun (zie de artikelen 2 tot en met 4).
2.
Uit de talloze brieven die na de kennisgeving van beschikking 2008/854 tussen de Italiaanse autoriteiten en de Commissie zijn gewisseld, blijkt echter dat nagenoeg twee jaar na de vaststelling van die beschikking de Italiaanse autoriteiten de onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt verklaarde steun die op grond van die regeling is verleend, nog steeds niet samen met de daarover verschuldigde rente hebben teruggevorderd. Het is dus overduidelijk dat de toegepaste nationale procedures geen „onverwijlde en daadwerkelijke” terugvordering mogelijk maken en dat Italië dus de krachtens de artikelen 2 en 3 van beschikking 2008/854 op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
3.
Verder blijkt dat de Italiaanse autoriteiten niet binnen de in artikel 4, lid 1, van beschikking 2008/854 gestelde termijn de vereiste informatie hebben verstrekt. Bijgevolg dient te worden geconcludeerd dat Italië niet heeft voldaan aan artikel 4 van de beschikking.
Full & Egal Universal Law Academy