28.8.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 234/22
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunalul Gorj (Roemenië) op 27 mei 2010 — Iulian Andrei Nisipeanu/Direcția Generală a Finanțelor Publice Gorj, Administrația Finanțelor Publice Târgu-Cărbunești, Administrația Fondului pentru Mediu
(Zaak C-263/10)
2010/C 234/35
Procestaal: Roemeens
Verwijzende rechter
Tribunalul Gorj, Secția de Contencios Administrativ și Fiscal
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Iulian Andrei Nisipeanu
Verwerende partijen: Direcția Generală a Finanțelor Publice Gorj, Administrația Finanțelor Publice Târgu-Cărbunești, Administrația Fondului pentru Mediu
Prejudiciële vragen
1)
Dient artikel 110 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aldus te worden uitgelegd dat tot de door dit artikel verboden discriminerende binnenlandse belastingen eveneens behoort, de heffing die in de Roemeense wetgeving is ingevoerd bij Ordonanța de Urgență Nr. 50/2008 din 25 aprilie 2008 pentru instituirea taxei pe poluare pentru autovehicule) (noodverordening nr. 50/2008 van de Roemeense regering van 25 april 2008 tot vaststelling van een milieuheffing voor motorvoertuigen), zoals gewijzigd bij Ordonanța de Urgență numărul 208 din 8 decembrie 2008 (noodverordening nr. 208 van 8 december 2008), Ordonanța de Urgență numărul 218 din 11 decembrie 2008 (noodverordening nr. 218 van 11 december 2008), Ordonanța de Urgență numărul 7 din 19 februarie 2009 (noodverordening nr. 7 van 19 februari 2009, en Ordonanța de Urgență numărul 117 din 30 decembrie 2009 (noodverordening nr. 117 van 30 december 2009)?
2)
Staat artikel 110 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie Roemenië toe, door voornoemde, op 1 juli 2008 in werking getreden noodverordening nr. 50/2008 vast te stellen, het in artikel 4, sub a, van deze verordening neergelegde criterium van de „eerste registratie in Roemenië” in haar wetgeving in te voeren, en vormt dit criterium een objectieve maatstaf die met de bepalingen van het Verdrag strookt?
3)
Staat artikel 110 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie Roemenië als lidstaat van de Europese Unie toe, vanaf 1 juli 2008 een milieuheffing toe te passen op tweedehandse auto’s die uit de Gemeenschap worden ingevoerd of die via intracommunautaire kooptransacties worden verkregen en die voor het eerst in Roemenië worden geregistreerd, terwijl deze milieuheffing niet van toepassing is op in Roemenië aangekochte tweedehandse auto’s?
4)
Staat artikel 110 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie Roemenië toe, de in de betrokken nationale wettelijke regeling voorziene vrijstelling van de milieuheffing enkel toe te kennen voor „voertuigen van categorie M1 die aan Euronorm 4 voldoen en waarvan de cilinderinhoud niet meer bedraagt dan 2 000 cm3 evenals [voor] alle motorvoertuigen van categorie N1 die aan Euronorm 4 voldoen en die van 15 december 2008 tot en met 31 december 2009 voor het eerst in Roemenië of in een andere lidstaat van de Europese Unie worden geregistreerd”, terwijl voor nieuwe voertuigen met dezelfde kenmerken als de hierboven genoemde geen vrijstelling wordt verleend?
5)
Dient artikel 110 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aldus te worden uitgelegd dat dit artikel Roemenië toestaat, haar nationale automobielindustrie te beschermen, gelet op het feit dat de milieuheffing enkel verschuldigd is voor uit een andere lidstaat van de Unie ingevoerde tweedehandse particuliere auto’s die in deze lidstaat werden geregistreerd, dan wel voor auto’s die via intracommunautaire verkooptransacties zijn verkregen, terwijl de heffing niet verschuldigd is voor tweedehandse particuliere auto’s die reeds in Roemenië zijn geregistreerd en aldaar vervolgens worden doorverkocht?
6)
Vormt de betrokken heffing in de hierboven beschreven omstandigheden een door artikel 110 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie verboden discriminerende heffing ingeval het in artikel 4, sub a, van noodverordening nr. 50/2008 neergelegde criterium van de „eerste registratie in Roemenië” geen objectief criterium vormt, gelet op de erkende doelstelling om een milieuheffing in te voeren die op het beginsel „de vervuiler betaalt” is gebaseerd, en ingeval de uit dit criterium voortvloeiende heffing de nationale productie van nieuwe particuliere auto’s alsook de [Roemeense] binnenlandse markt van tweedehandse particuliere auto’s beschermt?
Full & Egal Universal Law Academy