14.8.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 221/29
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Augstākās tiesas Senāts (Letland) op 15 juni 2010 — Andrejs Eglītis en Edvards Ratnieks/Latvijas Republikas Ekonomikas Ministrija
(Zaak C-294/10)
2010/C 221/46
Procestaal: Lets
Verwijzende rechter
Augstākās tiesas Senāts
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Andrejs Eglītis en Edvards Ratnieks
Verwerende partij: Latvijas Republikas Ekonomikas Ministrija
Prejudiciële vragen
1.
Moet artikel 5, lid 3, van verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad (1) van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91, aldus worden uitgelegd dat de luchtvaartmaatschappij, om te kunnen aannemen dat zij alle redelijke maatregelen ter voorkoming van de buitengewone omstandigheden heeft getroffen, verplicht is om haar middelen aldus naar behoren te organiseren dat de geplande vlucht kan worden uitgevoerd na het einde van de onverwachte buitengewone omstandigheden, dat wil zeggen binnen een bepaalde tijd na de geplande vertrektijd?
2.
Zo ja, geldt artikel 6, lid 1, van deze verordening dan om het zo kort mogelijke tijdsverloop te bepalen waarin de luchtvaartmaatschappij bij een goede organisatie van haar middelen moet voorzien als eventueel te verwachten vertraging voor het geval dat zich buitengewone omstandigheden voordoen?
(1) PB L 46, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy