14.8.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 221/30
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Amtsgericht Stuttgart (Duitsland) op 16 juni 2010 — Bianca Purrucker/Guillermo Vallés Pérez
(Zaak C-296/10)
2010/C 221/48
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Amtsgericht Stuttgart
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Bianca Purrucker
Verwerende partij: Guillermo Vallés Pérez
Prejudiciële vragen
1.
Is het bepaalde in artikel 19, lid 2, van verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad („Brussel IIbis-verordening”) (1), van toepassing wanneer het gerecht van een lidstaat waarbij de zaak ter regeling van de ouderlijke verantwoordelijkheid door een partij het eerst wordt aangebracht, alleen wordt aangezocht ter verkrijging van voorlopige bewarende maatregelen, en het door de andere partij nadien ter zake van hetzelfde voorwerp aangezochte gerecht van een andere lidstaat voor het geven van een beslissing in de hoofdzaak wordt aangezocht?
2.
Moet genoemde bepaling ook worden toegepast wanneer een beslissing die in een lidstaat in een afzonderlijke procedure ter verkrijging van voorlopige bewarende maatregelen is gegeven, in een andere lidstaat niet kan worden erkend in de zin van artikel 21 van verordening nr. 2201/2003?
3.
Is, ingeval een zaak bij een gerecht van een lidstaat wordt aangebracht ter verkrijging van voorlopige bewarende maatregelen, dit gelijk te stellen met het aanhangig maken van de hoofdzaak in de zin van artikel 19, lid 2, van verordening nr. 2201/2003, wanneer naar nationaal procesrecht van deze Staat dit gerecht vervolgens binnen een bepaalde termijn in de hoofdzaak moet worden aangezocht om nadelige gevolgen voor de procedure te vermijden?
(1) Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1347/2000 (PB L 388, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy