11.9.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 246/21
Beroep ingesteld op 16 juni 2010 — Europese Commissie/Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
(Zaak C-301/10)
2010/C 246/36
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: S. Pardo Quintillán en A.-A. Gilly, gemachtigden)
Verwerende partij: Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
Conclusies
—
vaststellen dat het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, door niet ervoor te hebben gezorgd dat overeenkomstig artikel 3, leden 1 en 2, van, en bijlage I.A. bij richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater (1) toereikende opvangsystemen aanwezig zijn in Whitburn en in de Beckton en Crossness opvangsystemen in Londen, en dat het afvalwater in de waterzuiveringsinstallaties van Beckton, Crossness en Mogden in Londen aan een toereikende behandeling wordt onderworpen overeenkomstig de artikelen 4, leden 1 en 3, en 10 van, en bijlage I.B bij de richtlijn, de krachtens deze bepalingen op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen;
—
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Overeenkomstig artikel 3, leden 1 en 2, van, en bijlage I.A bij richtlijn 91/271/EEG van de Raad dient het Verenigd Koninkrijk ervoor te zorgen dat alle agglomeraties met meer dan 15 000 inwonerequivalenten uiterlijk op 31 december 2000 voorzien zijn van opvangsystemen die voldoen aan de eisen van afdeling A van bijlage I bij de richtlijn. Overeenkomstig artikel 4, leden 1 en 3, van, en bijlage I.B bij deze richtlijn dient het Verenigd Koninkrijk er tevens voor te zorgen dat stedelijk afvalwater van agglomeraties met meer dan 15 000 inwonerequivalenten dat in opvangsystemen terechtkomt uiterlijk op 31 december 2000 vóór lozing aan een secundaire behandeling of een gelijkwaardig proces wordt onderworpen, en dat lozingen van stedelijke waterzuiveringsinstallaties voldoen aan de eisen voor lozingen van stedelijke waterzuiveringsinstallaties in ontvangende wateren.
Aangezien het Verenigd Koninkrijk in Londen een gecombineerd systeem voor de opvang van stedelijk afvalwater en hemelwater exploiteert, moet dit systeem zo zijn ontworpen dat ervoor wordt gezorgd dat het opgevangen water wordt verzameld en afgevoerd met het oog op de behandeling ervan in overeenstemming met de eisen van de richtlijn. Het Verenigd Koninkrijk heeft er niet voor gezorgd dat de opvangsystemen zo zijn ontworpen en gebouwd dat daarmee alle stedelijk afvalwater wordt verzameld dat wordt geproduceerd door de agglomeraties die zij bedienen, en dat het voor behandeling wordt afgevoerd. De capaciteit van het opvangsysteem moet toereikend zijn om rekening te houden met natuurlijke weersomstandigheden en met seizoensschommelingen. Het Verenigd Koninkrijk heeft inbreuk gemaakt op de eisen van de richtlijn door niet te voorzien in toereikende opvangsystemen en zuiveringsinstallaties in Londen en in Whitburn en door toe te laten dat zeer grote hoeveelheden onbehandeld afvalwater zonder behandeling in het milieu terechtkomen.
(1) PB L 135, blz. 40.
Full & Egal Universal Law Academy