11.9.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 246/28
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Court of Appeal (Civil Division) (England & Wales) op 5 juli 2010 — Medeva BV/Comptroller-General of Patents
(Zaak C-322/10)
2010/C 246/48
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
Court of Appeal (Civil Division) (England & Wales)
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Medeva BV
Verwerende partij: Comptroller-General of Patents
Prejudiciële vragen
1.
Verordening nr. 469/2009 (1) (hierna: „verordening”) erkent als een van de in de overwegingen van de considerans genoemde doelstellingen, dat aanvullende beschermingscertificaten door iedere lidstaat van de Gemeenschap aan de houders van nationale of Europese octrooien op dezelfde voorwaarden worden afgegeven (zie de punten 7 en 8 van de considerans). Hoe dient, gelet op het feit dat het octrooirecht niet op het gemeenschapsniveau is geharmoniseerd, de formulering „het product wordt beschermd door een van kracht zijnd basisoctrooi” in artikel 3, sub a, van de verordening te worden uitgelegd, en welke criteria gelden in dat verband?
2.
Gelden in een geval als het onderhavige, waarin er sprake is van een geneesmiddel dat meer dan een werkzame stof bevat, bijkomende of andere criteria om te bepalen of „het product wordt beschermd door een basisoctrooi” in de zin van artikel 3, sub a, van de verordening, en in voorkomend geval, om welke bijkomende of andere criteria gaat het dan?
3.
Gelden in een geval als het onderhavige, waarin er sprake is van een combinatievaccin, bijkomende of andere criteria om te bepalen of „het product wordt beschermd door een basisoctrooi” in de zin van artikel 3, sub a, van de verordening, en in voorkomend geval, om welke bijkomende of andere criteria gaat het dan?
4.
Wordt een combinatievaccin dat meerdere antigenen bevat „beschermd door een basisoctrooi” in de zin van artikel 3, sub a, van de verordening indien een van de antigenen van het vaccin „wordt beschermd door een van kracht zijnd basisoctrooi”?
5.
Wordt een combinatievaccin dat meerdere antigenen bevat „beschermd door een basisoctrooi” in de zin van artikel 3, sub a, van de verordening indien alle antigenen tegen een ziekte „worden beschermd door een van kracht zijnd basisoctrooi”?
6.
Kan op basis van de verordening, en in het bijzonder op grond van artikel 3, sub b, ervan een aanvullend beschermingscertificaat worden afgegeven voor een afzonderlijke werkzame stof of samenstelling van werkzame stoffen indien:
a)
een van kracht zijn basisoctrooi die afzonderlijke werkzame stof of samenstelling van werkzame stoffen beschermt in de zin van artikel 3, sub a, van de verordening, en
b)
voor een geneesmiddel waarin de afzonderlijke werkzame stof of samenstelling van werkzame stoffen tezamen met een of meer andere werkzame stoffen is opgenomen, een geldige vergunning is afgegeven in overeenstemming met de richtlijnen 2001/83/EG (2) of 2001/82/EG (3) die de eerste vergunning voor het in de handel brengen is waarmee de afzonderlijke werkzame stof of samenstelling van werkzame stoffen op de markt wordt gebracht?
(1) Verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en van de Raad van 6 mei 2009 betreffende het aanvullend beschermingscertificaat voor geneesmiddelen (Gecodificeerde versie) (Voor de EER relevante tekst) (PB L 152, blz. 1).
(2) Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 311, blz. 67).
(3) Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB L 311, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy