11.9.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 246/29
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Okresní soud v Chebu (Tsjechische Republiek) op 5 juli 2010 — Hypoteční banka, a.s./Udo Mike Lindner
(Zaak C-327/10)
2010/C 246/49
Procestaal: Tsjechisch
Verwijzende rechter
Okresní soud v Chebu
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Hypoteční banka, a.s.
Verwerende partij: Udo Mike Lindner
Prejudiciële vragen
1.
Leidt het feit dat een van de partijen bij een gerechtelijke procedure onderdaan is van een andere staat dan die waar de betrokken procedure loopt, tot het grensoverschrijdende gevolg in de zin van artikel 81 (voorheen artikel 65) van het Verdrag, dat een van de voorwaarden is voor de toepasselijkheid van verordening (EG) nr. 44/2001 (1) van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I-verordening)?
2.
Verzet de Brussel I-verordening zich tegen de toepassing van een bepaling van het nationale recht die het mogelijk maakt een procedure in te leiden tegen personen met onbekend adres?
3.
Indien vraag 2 ontkennend wordt beantwoord, kan de standpuntbepaling in de zaak zelf van de door het gerecht aangestelde voogd ad litem van de verweerder als onderwerping van de verweerder aan de bevoegdheid van het plaatselijke gerecht in de zin van artikel 24 van de Brussel I-verordening worden beschouwd, zelfs indien het voorwerp van het geschil een vordering op grond van een consumentenovereenkomst is en de gerechten van de Tsjechische Republiek overeenkomstig artikel 16, lid 2, van de Brussel I-verordening niet bevoegd zouden zijn om dat geschil te beslechten?
4.
Kan een overeenkomst inzake de relatieve bevoegdheid van een bepaald gerecht worden beschouwd als grondslag voor de internationale bevoegdheid van het gekozen gerecht in de zin van artikel 17, punt 3, van de Brussel I-verordening, en zo ja, is dat ook het geval wanneer het gaat om een overeenkomst inzake relatieve bevoegdheid die ongeldig is wegens strijdigheid met artikel 6, lid 1, van richtlijn 93/13/EEG (2) van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten?
(1) PB 2001, L 12, blz. 1.
(2) PB L 95, blz. 29.
Full & Egal Universal Law Academy