6.11.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 301/6
Beroep ingesteld op 29 juli 2010 — Europese Commissie/Italiaanse Republiek
(Zaak C-379/10)
2010/C 301/08
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: L. Pignataro en M. Nolin, gemachtigden)
Verwerende partij: Italiaanse Republiek
Conclusies
—
vaststellen dat de Italiaanse Republiek, door bij artikel 2, leden 1 en 2, van de Italiaanse wet nr. 117, van 13 april 1988, uit te sluiten dat de Italiaanse Staat aansprakelijk is voor schade die aan particulieren wordt berokkend door een schending van het recht van de Unie die kan worden toegerekend aan een nationale rechterlijke instantie die uitspraak doet in laatste aanleg, wanneer die schending voortvloeit uit een uitlegging van rechtsvoorschriften of uit een beoordeling van feiten en bewijs door deze rechterlijke instantie, en door deze aansprakelijkheid te beperken tot gevallen van handelen te kwader trouw of grove schuld, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens het door het Hof in zijn rechtspraak geformuleerde algemene beginsel van aansprakelijkheid van de staten voor schending van het recht van de Unie door een van hun rechterlijke instanties die uitspraak doen in laatste aanleg, een beginsel dat door het Hof van Justitie van de Europese Unie is bekrachtigd;
—
de verwerende partij verwijzen in de kosten van het geding.
Middelen en voornaamste argumenten
Wet nr. 117, van 13 april 1988, inzake de vergoeding van in de uitoefening van de rechtsprekende functie veroorzaakte schade en inzake de civielrechtelijke aansprakelijkheid van magistraten sluit uit dat de Italiaanse Staat aansprakelijk is voor schade die aan particulieren wordt berokkend door een schending van het recht van de Unie die kan worden toegerekend aan een nationale rechterlijke instantie die uitspraak doet in laatste aanleg, wanneer die schending voortvloeit uit een uitlegging van rechtsvoorschriften of uit een beoordeling van feiten en bewijs door deze rechterlijke instantie. Bovendien wordt deze aansprakelijkheid beperkt tot gevallen van handelen te kwader trouw of grove schuld.
In zijn arrest in zaak C-173/03 (1), Traghetti, heeft het Hof geoordeeld:
„Het gemeenschapsrecht verzet zich tegen een nationale wettelijke regeling die algemeen uitsluit dat een lidstaat aansprakelijk is voor schade die aan particulieren is toegebracht door een schending van het gemeenschapsrecht die kan worden toegerekend aan een nationale rechterlijke instantie die uitspraak doet in laatste aanleg, op grond dat de betrokken schending voortvloeit uit een uitlegging van rechtsvoorschriften of uit een beoordeling van feiten en bewijs door deze rechterlijke instantie.
Het gemeenschapsrecht verzet zich tevens tegen een nationale wettelijke regeling die de mogelijkheid van deze aansprakelijkstelling beperkt tot de gevallen van handelen te kwader trouw of grove schuld van de rechter, indien een dergelijke beperking ertoe leidt dat de betrokken lidstaat niet aansprakelijk kan worden gesteld in andere gevallen waarin een kennelijke schending van het toepasselijke recht, zoals geëxpliciteerd in de punten 53 tot en met 56 van het arrest van 30 september 2003, Köbler (2) (C-224/01), heeft plaatsgevonden.”
Het Hof heeft dus geoordeeld dat wet nr. 117 onverenigbaar is met zijn eigen rechtspraak. Deze wet is nog steeds van kracht en wordt nog steeds toegepast. De onverenigbaarheid met de rechtspraak van het Hof blijft dus bestaan.
(1) PB 2006, blz. I-5177
(2) PB 2003, blz. I-10239
Full & Egal Universal Law Academy