9.10.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 274/14
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Stato (Italië) op 30 juli 2010 — Elenca Srl/Ministero dell’Interno
(Zaak C-385/10)
2010/C 274/21
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Consiglio di Stato
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Elenca Srl
Verwerende partij: Ministero dell’Interno
Prejudiciële vragen
1)
Zijn de in eerste aanleg bestreden circulaire en de daarin genoemde nationale regelingen [dat wil zeggen circulaire nr. 4853 van het ministerie van Binnenlandse Zaken van 18 mei 2009 en met name wetgevend decreet nr. 152 van 2 april 2006] al dan niet verenigbaar met het gemeenschapsrecht en de hierna specifiek vermelde bepalingen? Maken voormelde circulaire en nationale regelingen in het bijzonder inbreuk op de beginselen en regels van richtlijn 89/106/EEG (1) betreffende voor de bouw bestemde producten, die het aanbrengen van het EG-merkteken niet verplicht stelt, maar (in artikel 6, leden 1 en 2) integendeel bepaalt dat de lidstaten „het vrije verkeer, het in de handel brengen en het gebruik van producten die in overeenstemming zijn met deze richtlijn, op hun grondgebied niet [mogen] belemmeren”, zorg ervoor dragen dat „het gebruik van deze producten voor het doel waarvoor ze bestemd zijn, niet wordt belemmerd door regelingen of voorwaarden die worden opgelegd door overheidsorganen of particuliere instellingen die als overheidsbedrijf of op grond van een monopoliepositie als overheidsorgaan optreden” en „toestemming [mogen] geven voor het op hun grondgebied in de handel brengen van producten die niet onder artikel 4, lid 2, vallen, indien deze in overeenstemming zijn met de nationale bepalingen welke conform het Verdrag zijn, tenzij dit door de in de hoofdstukken II en III bedoelde Europese technische specificaties anders wordt bepaald”?
2)
Maken de bestreden circulaire en de daarin genoemde nationale regelingen met name inbreuk op de artikelen 28 EG tot en met 31 EG, die invoerbeperkingen en maatregelen van gelijke werking verbieden, nu de invoer en distributie van een product uit een andere lidstaat op het Italiaanse grondgebied — in strijd met de beginselen als neergelegd in de voormelde bepalingen van het EG-Verdrag en het gemeenschapsrecht die het vrije goederenverkeer en de vrije mededinging waarborgen, welke beginselen een niet-discriminerende behandeling, transparantie, evenredigheid en eerbiediging van de rechten van de individuele ondernemingen moeten kunnen verzekeren — feitelijk wordt belemmerd doordat het betrokken product, zoals in onderhavig geval, slechts in de handel kan worden gebracht wanneer is voldaan aan een technische voorwaarde, namelijk het aanbrengen van het EG-merkteken, wat enkel mogelijk en rechtmatig zou zijn, zo er een overeenkomstige geharmoniseerde norm bestond?
3)
Hadden de nationale wetgever en het bestuur zich op basis van het uit het gemeenschapsrecht voortvloeiende regelgevingskader, dat ook in de sector waarin het onderhavige geschil is gerezen, daadwerkelijke mededinging beoogt te waarborgen, niet ervan moeten onthouden de in voormelde circulaire en wetgevend decreet nr. 152/2006 bedoelde wetgevingsmaatregelen te treffen?
4)
Wordt, ten slotte, de door het Europees recht gewaarborgde bescherming van het pluralisme en de mededinging in de sector verzekerd door een nationale regeling als wetgevend decreet nr. 152/2006 (in het bijzonder gelet op artikel 285 en deel II van bijlage IX, punten 2.7 en 3.4), waarbij de voormelde beperkingen worden opgelegd?
(1) PB L 40, blz. 12.
Full & Egal Universal Law Academy