6.11.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 301/8
Beroep ingesteld op 4 augustus 2010 — Europese Commissie/Koninkrijk België
(Zaak C-397/10)
2010/C 301/10
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: J.-P. Kepenne en I.V. Rogalski, gemachtigden)
Verwerende partij: Koninkrijk België
Conclusies
—
vaststellen dat het Koninkrijk België, door aan de activiteiten van uitzendbureaus de volgende verplichtingen te verbinden: de statutaire doelomschrijving van de onderneming mag uitsluitend de terbeschikkingstelling van arbeid als activiteit omvatten (in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest); de onderneming moet een bijzondere rechtsvorm hebben (in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) en de onderneming moet een maatschappelijk kapitaal van ten minste 30 987 EUR hebben (in het Vlaamse Gewest), de krachtens artikel 56 VWEU op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
—
het Koninkrijk België verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De Commissie voert ter onderbouwing van haar beroep drie grieven inzake schending van artikel 56 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan.
Met haar eerste grief betoogt verzoekster dat de eis dat de statutaire doelomschrijving van de onderneming uitsluitend de terbeschikkingstelling van arbeid als activiteit mag omvatten, een aanzienlijke belemmering vormt voor de in andere lidstaten gevestigde ondernemingen die aldaar andere activiteiten mogen uitoefenen. Deze maatregelen verplichten die ondernemingen immers tot wijziging van hun statuut teneinde — zelfs tijdelijk — diensten te kunnen verrichten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Met haar tweede grief voert de Commissie aan dat de eis dat een in een andere lidstaat gevestigde onderneming een bijzondere rechtsvorm of bijzonder juridisch statuut heeft, een aanzienlijke beperking van de vrijheid van dienstverrichting vormt. De door verweerder ter rechtvaardiging ingeroepen doelstelling van bescherming van de werknemers kan immers worden bereikt door minder beperkende maatregelen, zoals de eis dat een onderneming aantoont dat zij passende verzekerd is.
Met haar derde grief uit verzoekster tot slot kritiek op de in het Vlaamse Gewest opgelegde eis dat het maatschappelijk kapitaal ten minste 30 987 EUR bedraagt, aangezien een dergelijke eis impliceert dat bepaalde in andere lidstaten gevestigde ondernemingen hun maatschappelijk kapitaal kunnen moeten wijzigen om — zelfs tijdelijk — diensten te verrichten in België. De door verweerder nagestreefde doelstelling van bescherming van de werknemers kan met minder beperkende middelen, zoals het verstrekken van een waarborg of het afsluiten van een verzekeringsovereenkomst, worden bereikt.
Full & Egal Universal Law Academy