18.12.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 346/28
Hogere voorziening ingesteld op 26 augustus 2010 door Bell & Ross BV tegen de beschikking van het Gerecht (Zesde kamer) van 18 juni 2010 in zaak T-51/10, Bell & Ross/BHIM
(Zaak C-426/10 P)
2010/C 346/46
Procestaal: Frans
Partijen
Rekwirante: Bell & Ross BV (vertegenwoordiger: S. Guerlain, avocat)
Andere partijen in de procedure: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen), Klockgrossisten i Norden AB
Conclusies
—
de bestreden beschikking vernietigen;
—
vaststellen dat het door rekwirante tegen het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM) ingestelde beroep tot vernietiging (T-51/10) ontvankelijk is, en derhalve de zaak terugwijzen naar het Gerecht voor een uitspraak ten gronde over dit beroep tot vernietiging;
—
het BHIM verwijzen in de kosten van de procedure in beide instanties.
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwirante voert zes middelen aan in het kader van de hogere voorziening.
Met haar eerste middel voert Bell & Ross schending van artikel 111 van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht aan, doordat het Gerecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was zonder eerst de advocaat-generaal te hebben gehoord.
In het kader van haar tweede middel stelt rekwirante dat het Gerecht artikel 43, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering heeft geschonden door te stellen dat de ondertekende exemplaren van het verzoekschrift die op 1 februari 2010 ter griffie van het Gerecht zijn ingekomen, niet de originele exemplaren waren en dat enkel het op 5 februari 2010 — en dus buiten de termijn — ingekomen exemplaar kon worden beschouwd als een origineel exemplaar, zonder evenwel te preciseren hoe de originelen kunnen worden onderscheiden van de afschriften. Bovengenoemd artikel preciseert immers niet de modaliteiten van de handtekening van de advocaat die moet zijn aangebracht op het origineel van een processtuk.
Met haar derde middel verwijt Bell & Ross het Gerecht, haar niet te hebben toegelaten de haar verweten formele onregelmatigheid te regulariseren overeenkomstig artikel 57, sub b, van de Praktische Aanwijzingen voor de partijen en artikel 7.1 van de Instructies voor de griffier van het Gerecht. Overeenkomstig bovengenoemde bepalingen dient de griffier de verzoekende partij een termijn te verlenen waarbinnen zij de ontdekte onregelmatigheid kan herstellen.
Met haar vierde middel beroept Bell & Ross zich op een verschoonbare dwaling, daar de verwarring inzake de vaststelling van het originele exemplaar voortvloeit uit uitzonderlijke omstandigheden buiten toedoen van rekwirante. Het grote aantal afschriften dat de tussenkomst van een externe dienstverlener noodzakelijk maakte, de uitstekende kwaliteit van het drukken op papier waardoor het origineel niet kon worden herkend en het aanbrengen van de handtekening op alle aan de griffie overgelegde exemplaren binnen de gestelde termijn zijn immers omstandigheden waardoor in casu sprake is van een verschoonbare dwaling.
Met haar vijfde middel beroept rekwirante zich op het bestaan van uitzonderlijke, abnormale omstandigheden buiten toedoen van de betrokkene, die wijzen op toeval of overmacht.
Ten slotte voert Bell & Ross met haar zesde en laatste middel aan dat het Gerecht het evenredigheidsbeginsel en het beginsel van het gewettigd vertrouwen heeft geschonden, voor zover enerzijds zeven exemplaren met een handtekening en een afschrift per telefax zijn ingekomen op de griffie van het Gerecht, en anderzijds bovengenoemde bepalingen voorzien in de mogelijkheid van regularisatie van het verzoekschrift.
Full & Egal Universal Law Academy