6.11.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 301/17
Hogere voorziening ingesteld op 3 september 2010 door Volker Mauerhofer tegen de beschikking van het Gerecht (Derde kamer) van 29 juni 2010 in zaak T-515/08, Volker Mauerhofer/Europese Commissie
(Zaak C-433/10 P)
2010/C 301/24
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirant: Volker Mauerhofer (vertegenwoordiger: J. Schartmüller, Rechtsanwalt)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
—
de bestreden beschikking vernietigen;
—
de zaak definitief beslechten en de omstreden maatregel nietig verklaren of, subsidiair, de zaak voor beslechting naar het Gerecht terugwijzen, en
—
in de uitoefening van volledige rechtsmacht rekwirant een bedrag van 5 500 EUR toekennen ter vergoeding van het financiële verlies voortvloeiend uit de onrechtmatige gedraging in de vorm van vaststelling van de omstreden maatregel en uit het ontbreken van passende instructies aan de leider van het team (expert 1);
—
het ter ondersteuning van de raamovereenkomst gevormde team gelasten, het ingediende formulier met de beoordeling van de opdrachtnemer ter zake van het omstreden project over te leggen;
—
verweerster verwijzen in de kosten van de procedure in eerste aanleg en in hogere voorziening.
Middelen en voornaamste argumenten
Volgens rekwirant dient de bestreden beschikking op de volgende gronden te worden vernietigd:
—
onjuiste opvatting van de feiten betreffende de taalkundige revisie van de bijdrage van rekwirant;
—
onjuiste analyse met betrekking tot de aan de bestreden beschikking ten grondslag gelegde overwegingen betreffende de taalkundige revisie;
—
onjuiste analyse van het geschilpunt betreffende de prestatie van verweerster;
—
onrechtmatige veronderstelling dat het omstreden besluit de positie van rekwirant als derde partij niet aantast;
—
onrechtmatige veronderstelling dat de omstreden maatregel de rechtspositie van rekwirant niet duidelijk heeft gewijzigd;
—
onrechtmatige veronderstelling dat verweerster de omstreden maatregel niet in de uitoefening van haar bevoegdheid als overheidsinstelling heeft getroffen;
—
onrechtmatige veronderstelling dat de omstreden maatregel tijdig en correct was vastgesteld;
—
onrechtmatige aantasting van de belangen van rekwirant door de voorgeschreven procedures niet te volgen;
—
schending van het gelijkheidsbeginsel, dat een algemeen beginsel van gemeenschapsrecht is, en schending van de grondrechten van rekwirant;
—
onrechtmatige veronderstelling dat de „wijziging in verdeling van de dagen over de deskundigen niet van wezenlijk belang was”;
—
schending van het algemeen beginsel van gemeenschapsrecht betreffende het recht om te worden gehoord.
Full & Egal Universal Law Academy