4.12.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 328/15
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Okresný súd Prešov (Slowakije) op 16 september 2010 — Jana Pereničová, Vladislav Perenič/S.O.S. financ, spol. sro
(Zaak C-453/10)
2010/C 328/28
Procestaal: Slowaaks
Verwijzende rechter
Okresný súd Prešov
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Jana Pereničová, Vladislav Perenič
Verwerende partij: S.O.S. financ, spol. sro
Prejudiciële vragen
1)
Gaat de bescherming van de consument ingevolge artikel 6, lid 1, van richtlijn 93/13/EEG (1) van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, zo ver dat wanneer wordt vastgesteld dat een consumentenovereenkomst oneerlijke bedingen bevat, mag worden geconcludeerd dat de overeenkomst in haar geheel de consument niet bindt wanneer dit gunstiger is voor de consument?
2)
Wettigen de criteria voor een oneerlijke handelspraktijk in de zin van richtlijn 2005/29/EG (2) van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („richtlijn oneerlijke handelspraktijken”), de conclusie dat wanneer de handelaar een lager jaarlijks kostenpercentage dan het daadwerkelijke opgeeft, zulks als oneerlijke handelspraktijk tegenover de consument kan worden beschouwd? Indien een oneerlijke handelspraktijk wordt vastgesteld, mogen daar dan op grond van richtlijn 2005/29 gevolgen aan worden verbonden voor de geldigheid van de kredietovereenkomst en de bereiking van het doel van de artikelen 4, lid 1, en 6, lid 1, van richtlijn 1993/13, wanneer ongeldigheid van de overeenkomst voor de consument gunstiger is?
(1) PB L 112, blz. 29.
(2) PB L 149, blz. 22.
Full & Egal Universal Law Academy