4.12.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 328/16
Hogere voorziening ingesteld op 21 september 2010 door Luigi Marcuccio tegen de beschikking van het Gerecht (Zesde kamer) van 6 juli 2010 in zaak T-401/09, Marcuccio/Hof van Justitie
(Zaak C-460/10 P)
2010/C 328/31
Procestaal: Italiaans
Partijen
Rekwirant: Luigi Marcuccio (vertegenwoordiger: G. Cipressa, advocaat)
Andere partij in de procedure: Hof van Justitie van de Europese Unie
Conclusies
—
de beschikking van het Gerecht (Zesde kamer) van 6 juli 2010 in zaak T-401/09, Marcuccio/Hof van Justitie, volledig en zonder enige uitzondering nietig verklaren;
—
het in eerste aanleg ingestelde beroep met betrekking tot hetwelk de bestreden beschikking is gegeven, volledig en zonder enige uitzondering ontvankelijk verklaren;
en bovendien
—
primair, de in het beroep in eerste aanleg geformuleerde vorderingen volledig en zonder enige uitzondering toewijzen; verwerende partij in eerste aanleg veroordelen tot vergoeding aan verzoeker van alle kosten, rechten en honoraria die deze laatste tot op heden in alle instanties van de betrokken zaak zijn opgekomen;
—
of, subsidiair, de zaak waarop de hogere voorziening betrekking heeft, naar de rechterlijke instantie in eerste aanleg, in een verschillende samenstelling, terugwijzen voor een nieuwe afdoening ten gronde.
Middelen en voornaamste argumenten
De bestreden beschikking is onder meer om de volgende redenen onrechtmatig: (a) onjuiste, verkeerde en onredelijke uitlegging en toepassing van de rechtsbeginselen betreffende de aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad alsmede ongemotiveerde en onlogische afwijking van de rechtspraak van de Europese Unie ter zake; (b) volledig ontbreken van motivering, kennelijke beoordelingsfouten, verdraaiing en onjuiste opvatting van de feiten, verkeerd, onvolledig en onjuist onderzoek van de door verzoeker aangedragen bewijzen, niet-nakoming van de verplichting tot clare loqui (het gebruiken van klare taal), irrelevante en apodictische uitspraken, willekeur en gebrek aan logica, rationaliteit en redelijkheid; (c) verzuim om uitspraak te doen over fundamentele aspecten van het geschil en volledig ontbreken van onderzoek; (d) niet-nakoming door de rechter van zijn verplichting om zijn uitspraken, ook wat de beoordeling van de bewijzen betreft, op algemene kennis, ervaring en aanvoeling te baseren; (e) onjuiste, verkeerde en onredelijke uitlegging en toepassing van de rechtsbeginselen inzake de bewijsvoering en de bewijslast in rechte.
Full & Egal Universal Law Academy