15.1.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 13/17
Beroep ingesteld op 8 oktober 2010 — Europese Commissie/Bondsrepubliek Duitsland
(Zaak C-486/10)
2011/C 13/28
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: G. Wilms en C. Zadra, gemachtigden)
Verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland
Conclusies
—
vaststellen dat de Bondsrepubliek Duitsland niet aan haar verplichtingen op grond van artikel 8 junctis de titels III tot en met VI van richtlijn 92/50/EEG (1) heeft voldaan, doordat de stad Hamm de overeenkomsten voor het verlenen van diensten van 30 juli en 16 december 2003 inzake de inzameling en de afvoer van afvalwater en het onderhoud, de exploitatie, de instandhouding en de controle van de afvoerkanalen van de stad Hamm, zonder aankondiging van de opdracht op Europees niveau, rechtstreeks aan Lippeverband heeft gegund.
—
de Bondsrepubliek Duitsland verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Het onderhavige beroep betreft de overeenkomsten onder bezwarende titel voor het verlenen van diensten inzake de inzameling en de afvoer van afvalwater en het onderhoud, de exploitatie, de instandhouding en de controle van de afvoerkanalen van de stad Hamm, die deze stad met Lippeverband, een publiekrechtelijke waterbeheersmaatschappij, heeft gesloten. Lippeverband is een publiekrechtelijk lichaam dat wettelijk omschreven taken inzake waterbeleid moet vervullen. De leden ervan bestaan voor 25 % uit particuliere bedrijven. Volgens de kwestieuze overeenkomsten had Lippeverband met ingang van 1 januari 2004 de inzameling en de afvoer van het op het grondgebied van Hamm ontstane afvalwater moeten verzorgen, waarvoor de stad een als „een bijdrage in het particuliere belang” omschreven vergoeding heeft betaald. Opdat Lippeverband deze taken kan vervullen, draagt de stad Hamm het recht op exclusief, blijvend en volledig gebruik van de afvoerkanalen tegen betaling van een compensatie over aan Lippeverband.
Hoewel de kwestieuze overeenkomsten voor het verlenen van diensten overheidsopdrachten voor dienstverlening in de zin van artikel 1, sub a, van richtlijn 92/50/EEG zijn, zijn deze overeenkomsten, zonder dat een formele aanbestedingsprocedure is georganiseerd en zonder aankondiging van de opdracht op Europees niveau, rechtstreeks met Lippeverband gesloten. Vaststaat dat deze overeenkomsten als overeenkomsten onder bezwarende titel voor het verlenen van diensten moeten worden gekwalificeerd. Zij zijn door een openbare aanbestedende dienst voor onbepaalde tijd gesloten, betreffen diensten van riolering in de zin van categorie 16 van bijlage I A bij deze richtlijn en liggen ver boven de drempelwaarde voor de toepassing van de richtlijn. Aan het sluiten van de overeenkomst had dus een Europese aanbesteding moeten voorafgaan.
Anders dan de Duitse regering stelt, betreft de overdracht van de kwestieuze diensten geen handeling van staatsorganisatie of een zo geheten „in-house”-gunning.
Ten eerste rijst de vraag of aan een gemengde watermaatschappij als Lippeverband, met ongeveer 25 % particuliere leden, een taak in het kader van de organisatie van de staat kan worden overgedragen onder uitsluiting van het communautaire aanbestedingsrecht. Volgens de Commissie zijn handelingen tot organisatie van de staat, waarop de bepalingen inzake overheidsopdrachten niet worden toegepast, uitsluitend voorstelbaar tussen openbare instellingen wier activiteit uitsluitend het algemene belang dient. Dat waterbeheersmaatschappijen op grond van de wet bepaalde taken van afvalwaterbeheer moeten waarnemen, doet echter niets eraan af dat Lippeverband geen deel van een nationale administratieve organisatie in de zin van het Gemeenschapsrecht is. Los ervan echter of aan Lippeverband door een handeling van organisatie van de staat een taak kan worden overgedragen, is in casu geen sprake van een dergelijke takenoverdracht. Daar de stad Hamm jaarlijks een vergoeding betaalt voor het verrichten van deze diensten door Lippeverband, moeten de overeenkomsten kennelijk als overeenkomsten onder bezwarende titel voor het verlenen van diensten worden gekwalificeerd en kan geen sprake zijn van een takenoverdracht binnen het kader van de overheid.
Ten tweede, wat betreft de uitsluiting van zo geheten „in-house”-handelingen van de regels inzake overheidsopdrachten, kan deze uitzondering volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie geen toepassing vinden wanneer een particulier bedrijf zelfs maar minderheidsaandeelhouder is van de instelling die de opdracht krijgt. In een dergelijk geval kan de aanbestedende dienst niet dezelfde controle over deze onderneming uitoefenen als over zijn eigen diensten.
Bijgevolg is sprake van een overheidsopdracht voor dienstverleningen onder bezwarende titel en zijn geen uitzonderingsbepalingen van toepassing. De Bondsrepubliek Duitsland heeft dus de bepalingen van richtlijn 92/50 geschonden door de rechtstreekse gunning door de stad Hamm van de taken van stadsriolering.
(1) Richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening, PB L 209, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy