5.2.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 38/2
Hogere voorziening ingesteld op 16 november 2010 door adp Gauselmann GmbH tegen het arrest van het Gerecht (Zevende kamer) van 9 september 2010 in zaak T-106/09, adp Gauselmann GmbH/Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM), Archer Maclean
(Zaak C-532/10 P)
2011/C 38/02
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: adp Gauselmann GmbH (vertegenwoordiger: P. Koch Moreno, advocaat)
Andere partijen in de procedure: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM), Archer Maclean
Conclusies
Rekwirante verzoekt het Hof:
—
het bestreden arrest van het Gerecht (Zevende kamer) van 9 september 2010 in zaak T-106/09 te vernietigen;
—
de beslissing van de eerste kamer van beroep van het BHIM van 12 januari 2009 te vernietigen of subsidiair de zaak terug te wijzen naar het Gerecht;
—
verwerende partijen te verwijzen in de kosten van beide gedingen.
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwirante stelt dat het arrest van het Gerecht niet in overeenstemming is met de rechtspraak betreffende de uitlegging van artikel 8, lid 1, sub b, van de gemeenschapsmerkenverordening. (1) Rekwirante voert de volgende argumenten aan:
—
Het Gerecht heeft de woorden „Archer Maclean's”, die een duidelijk secundaire of marginale plaats innemen in het aangevraagde merk in zijn geheel beschouwd, in die mate dat zij haast onleesbaar zijn, ten onrechte hetzelfde onderscheidende vermogen toegekend als het woord „MERCURY”, dat het onderscheidende en dominerende bestanddeel is, bij de beoordeling dat er geen gevaar voor verwarring met het conflicterende merk „MERKUR” bestaat.
—
In het arrest van het Gerecht zijn de twee merken onjuist beoordeeld, aangezien het woord „MERCURY”, dat het onderscheidende en dominerende bestanddeel van het aangevraagde merk is, niet alleen geen enkele betekenis heeft in de taal die wordt gesproken binnen de relevante markt (Duitsland), maar bovendien zowel auditief als visueel sterk overeenstemt met het conflicterende merk „MERKUR”.
—
Tot slot heeft het Gerecht ten onrechte geoordeeld dat de zeer geringe verschillen tussen het woord „MERCURY”, dat het onderscheidende en dominerende bestanddeel van het aangevraagde merk is, en „MERKUR”, dat het symbool van het conflicterende merk is, voldoende zijn opdat het publiek de twee merken niet met elkaar verwart.
(1) Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het gemeenschapsmerk
PB L 78, blz. 1
Full & Egal Universal Law Academy