29.1.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 30/23
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal d'instance de Roubaix (Frankrijk) op 17 november 2010 — CIVAD SA/Receveur des douanes de Roubaix, Directeur régional des douanes et droits indirects de Lille, Administration des douanes
(Zaak C-533/10)
2011/C 30/38
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Tribunal d'instance de Roubaix
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: CIVAD SA
Verwerende partijen: Receveur des douanes de Roubaix, Directeur régional des douanes et droits indirects de Lille, Administration des douanes
Prejudiciële vragen
1)
Levert de onwettigheid van een verordening, die noch in feite noch in rechte het voorwerp kan zijn van een individueel beroep tot nietigverklaring door een marktdeelnemer, voor deze marktdeelnemer overmacht op waardoor de in artikel 236, lid 2, [tweede alinea,] van het communautair douanewetboek (1) gestelde termijn kan worden overschreden?
2)
Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord, verplicht artikel 236, [lid 2, derde] alinea, van het communautair douanewetboek de douaneautoriteiten om ambtshalve antidumpingrechten terug te betalen wanneer de onwettigheid van die verordening is vastgesteld nadat de wettigheid ervan door een lidstaat van de Wereldhandelsorganisatie is betwist:
a)
vanaf het tijdstip waarop het betrokken land de wettigheid van de antidumpingverordening voor het eerst heeft betwist;
b)
vanaf het verslag van de bijzondere groep waarin de onwettigheid van de antidumpingverordening wordt vastgesteld;
c)
vanaf het verslag van de beroepsinstantie van de Wereldhandelsorganisatie op grond waarvan de Europese Gemeenschap heeft erkend dat de antidumpingverordening onwettig is?
(1) Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy