15.1.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 13/22
Hogere voorziening ingesteld op 19 november 2010 door Deltafina SpA tegen het arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 8 september 2010 in zaak T-29/05, Deltafina/Commissie
(Zaak C-537/10 P)
2011/C 13/41
Procestaal: Italiaans
Partijen
Rekwirante: Deltafina SpA (vertegenwoordigers: J.-F. Bellis en F. Di Gianni, avvocati)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
—
het bestreden arrest vernietigen voor zover de aan Deltafina opgelegde geldboete daarin wordt bevestigd en de aan Deltafina opgelegde geldboete nietig verklaren of verminderen;
—
de litigieuze beschikking nietig verklaren voor zover Deltafina daarin een geldboete wordt opgelegd of, susbsidiair, de aan Deltafina opgelegde geldboete verminderen;
—
de Commissie verwijzen in de kosten, de kosten van de procedure voor het Gerecht daaronder begrepen.
Middelen en voornaamste argumenten
Tot staving van haar hogere voorziening voert rekwirante twee middelen aan:
1)
Volgens het eerste — primair aangevoerde — middel heeft het Gerecht het beginsel van gelijke behandeling geschonden door niet naar behoren in te gaan op het door rekwirante aangevoerde middel inzake schending van het beginsel van gelijke behandeling bij de berekening van de opgelegde geldboete.
Tot staving van dit middel betoogt rekwirante dat de Commissie voor Deltafina het oorspronkelijke bedrag van de geldboete hoger heeft vastgesteld wegens de omstandigheid dat zij de grootste afnemer van verwerkte tabak in Spanje was. Daarentegen is de aan de overige deelnemers aan de overtreding (daaronder begrepen de zustervennootschap van Deltafina, Taes) opgelegde geldboete uitsluitend bepaald op basis van hun positie op de markt voor ruwe tabak in Spanje, de markt waarop de inbreuk heeft plaatsgevonden. De aan Deltafina opgelegde geldboete is in strijd met het beginsel van gelijke behandeling, daar Cetarsa en de ondernemingen Dimon/Agroexpansión en Standard/WWRE eveneens verticaal geïntegreerde ondernemingen waren en relevante posities innamen op de Spaanse markt voor verwerkte tabak. Met die omstandigheid is echter geen rekening gehouden bij de vaststelling van hun respectieve geldboeten. Bij de vaststelling van de geldboete van Deltafina heeft de Commissie dus rekening gehouden met een factor die zij bij de overige ondernemingen buiten beschouwing heeft gelaten.
2)
Volgens het tweede — subsidiair aangevoerde — middel heeft het Gerecht ten onrechte het begrip „onderneming” in de zin van artikel 81 EG toegepast en onder aanvoering van tegenstrijdige en onrechtmatige redenen verworpen het middel van rekwirante dat aan Deltafina niet dezelfde vermindering van de geldboete als aan de zustervennootschap Taes is toegekend nadat Taes en Deltafina onder toezicht van de moedervennootschap Universal een gezamenlijk verzoek om gunstige behandeling hadden ingediend.
Tot staving van dit middel betoogt rekwirante dat het Gerecht ten onrechte het begrip „onderneming” van artikel 81 EG heeft toegepast en is afgeweken van de rechtspraak van het Hof van Justitie op het betrokken gebied, inzonderheid de rechtspraak die voortvloeit uit het arrest in zaak C-97/08 P, Akzo. De mededeling van de Commissie betreffende het niet opleggen of verminderen van geldboeten in zaken betreffende mededingingsregelingen van 1996 (PB C 207, blz. 4) moet op Taes/Deltafina gezamenlijk worden toegepast en niet op de twee ondernemingen afzonderlijk, aangezien die mededeling van toepassing is op ondernemingen en niet op individuele rechtspersonen. Tot slot betoogt rekwirante dat de argumenten die de Commissie heeft gebruikt om Deltafina de aan Taes toegekende vermindering van de geldboete te weigeren, ongegrond zijn. Gelet op die argumenten vormden Deltafina en Taes één onderneming, zodat Deltafina de aan Taes toegekende vermindering van de geldboete eveneens had moeten krijgen.
Full & Egal Universal Law Academy