5.2.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 38/5
Beroep ingesteld op 23 november 2010 — Europese Commissie/Tsjechische Republiek
(Zaak C-545/10)
2011/C 38/06
Procestaal: Tsjechisch
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: M. Šimerdová, H. Støvlbæk als gemachtigden)
Verwerende partij: Tsjechische Republiek
Conclusies
—
vaststellen dat de Tsjechische Republiek de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens de artikelen 4, lid 1, 6, lid 2, 7, lid 3, 11 en 30, lid 5, van richtlijn 2001/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2001 inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering,
—
en krachtens artikel 10, lid 7, van richtlijn 91/440/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap;
—
de Tsjechische Republiek verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De Tsjechische Republiek heeft artikel 4, lid 1, van richtlijn 2001/14 geschonden door een maximumbedrag vast te stellen voor heffingen voor het gebruik van infrastructuur, welk maximum de infrastructuurbeheerder niet mag overschrijden. De infrastructuurbeheerder dient de heffingen voor het gebruik van de infrastructuur overeenkomstig artikel 4, lid 1, van richtlijn 2001/14 vast te stellen en te innen. De lidstaten mogen enkel een kaderregeling voor de heffingen vaststellen.
De Tsjechische Republiek heeft artikel 6, lid 2, van richtlijn 2001/14 geschonden door te verzuimen bepalingen vast te stellen waarmee infrastructuurbeheerders worden aangemoedigd, de kosten van de verschaffing van infrastructuur alsmede de hoogte van toegangsrechten te verminderen.
De Tsjechische Republiek heeft artikel 7, lid 3, van richtlijn 2001/14 geschonden door niet te verzekeren dat voor het minimumtoegangspakket en de toegang via het spoor tot voorzieningen een heffing wordt vastgesteld die gelijk is aan de kosten die rechtstreeks uit de exploitatie van de treindienst voortvloeien.
De Tsjechische Republiek heeft artikel 11 van richtlijn 2001/14 geschonden door na te laten een prestatieregeling in te voeren waarmee spoorwegondernemingen en de infrastructuurbeheerder ertoe worden aangezet, verstoringen zo gering mogelijk te houden en de prestatie van het spoorwegnet te verbeteren.
De Tsjechische Republiek heeft artikel 30, lid 5, van richtlijn 2001/14 geschonden door te verzuimen dit correct in nationaal recht om te zetten.
De Tsjechische Republiek heeft artikel 10, lid 7 van richtlijn 91/440 geschonden door na te laten, voor de Tsjechische Republiek een instantie in te stellen die zou kunnen worden beschouwd als instantie in de zin van artikel 10, lid 7, die de in die bepaling genoemde functie kan vervullen.
Full & Egal Universal Law Academy