12.2.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 46/4
Hogere voorziening ingesteld op 25 november 2010 door Éditions Odile Jacob SAS tegen het arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 13 september 2010 in zaak T-279/04, Éditions Jacob/Commissie
(Zaak C-551/10 P)
2011/C 46/06
Procestaal: Frans
Partijen
Rekwirante: Éditions Odile Jacob SAS (vertegenwoordigers: O. Fréget, M. Struys, M. Potel-Saville en L. Eskenazi, advocaten)
Andere partijen in de procedure: Europese Commissie, Lagardère SCA
Conclusies
—
het arrest van het Gerecht van 13 september 2010 in zaak T-279/04, Éditions Jacob/Commissie, waarbij het beroep van Éditions Jacob is verworpen, vernietigen, en
—
de Commissie in de kosten verwijzen, met inbegrip van die van Éditions Jacob in eerste aanleg en in de onderhavige hogere voorziening.
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwirante doet haar hogere voorziening op vier middelen steunen.
Met haar eerste middel voert zij onjuiste toepassing aan van het begrip concentratie in de zin van verordening nr. 4064/89 (1) en onjuiste juridische kwalificatie van de portagetransactie (soort tijdelijke overdracht), in strijd met de relevante criteria voor de beoordeling van de zeggenschap op grond van artikel 3, lid 3, van verordening nr. 4064/89. In de eerste plaats is het Gerecht, door de portagetransactie waarmee Natexis Banques Populaires (NBP) tijdelijk Vivendi Universal Publishing heeft verworven, los te koppelen van de juridische constructie waarmee Lagardère de zeggenschap over VUP heeft verkregen, voorbijgegaan aan de algemene doelstelling van de controle op concentraties, namelijk het beoordelen van de economische realiteit die aan alle rechtsverkeer ten grondslag ligt. Hierdoor heeft het Gerecht niet alleen een nieuwe uitzondering op verordening nr. 4064/89 in het leven geroepen, waardoor het mogelijk is portagetransacties aan de controle op concentraties te onttrekken, los van de vraag in welke vehikelonderneming de af te stoten activa moeten worden samengebracht, maar ook het nuttig effect ontnomen aan artikel 3, lid 5, sub a, van die verordening.
In de tweede plaats heeft het Gerecht, door de kwalificatie van de portagetransactie in het kader van artikel 3, lid 5, sub a, van verordening nr. 4064/89 uit te sluiten, hoe dan ook een onjuiste en verkorte toepassing gegeven aan artikel 3, lid 3, van die verordening, waarbij het enkel de contractuele bestanddelen heeft onderzocht die de structuur van de litigieuze transactie vormen.
Met haar tweede middel stelt zij onjuiste rechtsopvatting doordat het Gerecht geen juridische consequenties heeft verbonden aan de procedurefouten die de Commissie heeft begaan. Door erin mee te gaan dat die inbreuken op verordening nr. 4064/89, onder meer bestaande in schending van de verplichting tot schorsing, het ontbreken van aanmeldingen waardoor de Commissie bevoegdheid verkrijgt en ontduiking door schijnbare vervanging van de overnemer, aan elke controle worden onttrokken, heeft het Gerecht een wetsontduiking bekrachtigd, die is gelijk te stellen met misbruik van bevoegdheid door de Commissie.
Met haar derde middel voert zij aan dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door de beschikking van de Commissie in weerwil van het feit dat daarin wezenlijke vormvoorschriften worden geschonden, niet nietig te hebben verklaard. Dit middel handelt met name over de gebrekkige motivering wat de kwalificatie van de litigieuze transactie betreft en de toepassing van artikel 3, lid 5, sub a, van verordening nr. 4064/89 op een deel van deze transactie, en stelt schending van het gelijkheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel.
Volgens het vierde en laatste middel heeft het Gerecht blijk gegeven van onjuiste rechtsopvattingen en kennelijk onjuiste beoordelingen door te handelen in strijd met de relevante juridische criteria voor de beoordeling of een machtspositie is ontstaan dan wel versterkt en of de verbintenissen passend zijn in verhouding tot hetgeen door de Commissie is vastgesteld.
(1) Verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van 21 december 1989 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PB L 395, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy