19.2.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 55/19
Beroep ingesteld op 6 december 2010 — Europese Commissie/Republiek Oostenrijk
(Zaak C-568/10)
2011/C 55/33
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: Maria Condou-Durande en W. Bogensberger, gemachtigden)
Verwerende partij: Republiek Oostenrijk
Conclusies
—
vaststellen dat de Republiek Oostenrijk de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 17, lid 1, van richtlijn 2004/114/EG van de Raad van 13 december 2004 betreffende de voorwaarden voor de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op studie, scholierenuitwisseling, onbezoldigde opleiding of vrijwilligerswerk (1), doordat zij een regeling heeft ingevoerd volgens welke studenten uit derde landen slechts een arbeidsvergunning kunnen verkrijgen indien eerst de arbeidsmarktsituatie in Oostenrijk is onderzocht, teneinde te verzekeren dat de arbeidsplaats niet door een als werkloos ingeschreven persoon kan worden ingenomen;
—
de Republiek Oostenrijk verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De Commissie stelt dat de Oostenrijkse wettelijke regeling studenten uit derde landen systematisch de toegang tot de arbeidsmarkt ontzegt, voor zover deze studenten enkel een arbeidsvergunning voor een vacante betrekking kunnen verkrijgen wanneer vooraf is onderzocht of deze arbeidsplaats niet door een als werkloos ingeschreven persoon kan worden ingevuld. Het aantal voor deze groep van personen verleende arbeidsvergunningen is dan ook zeer laag. Aldus hebben slechts 10 % van de studenten uit derde landen — vergeleken met 70 % van de Oostenrijkse studenten — de mogelijkheid om een gedeelte van hun studiekosten te financieren via tewerkstelling.
Volgens de Republiek Oostenrijk zijn deze beperkingen gerechtvaardigd. Oostenrijk trekt door de vrije toegang tot haar universiteiten en de lage studiekosten bijzonder veel studenten uit derde landen aan. De studenten in kwestie zouden door hun gebrekkige kennis van de Duitse taal en wegens het feit dat zij geen beroepskwalificaties bezitten, vooral arbeidsplaatsen voor ongeschoolden innemen, waardoor zij de in de betrokken sectoren bestaande hoge werkloosheid nog extra zouden doen toenemen.
(1) PB L 375, blz. 12.
Full & Egal Universal Law Academy