12.2.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 46/7
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door Tribunale di Bolzano (Italië) op 7 december 2010 — Kamberaj Servet/Istituto Per l’Edilizia Sociale della Provincia autonoma di Bolzano (IPES), Giunta della Provincia autonoma di Bolzano, Provincia autonoma di Bolzano
(Zaak C-571/10)
2011/C 46/11
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Tribunale di Bolzano
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Kamberaj Servet
Verwerende partijen: Istituto Per l’Edilizia Sociale della Provincia autonoma di Bolzano (IPES), Giunta della Provincia autonoma di Bolzano, Provincia autonoma di Bolzano
Prejudiciële vragen
1)
Gebiedt het beginsel van voorrang van het recht van de Unie dat de nationale rechter de voorschriften van de Unie met rechtstreekse werking volledig en onverwijld toepast en met het recht van de Unie strijdige interne bepalingen buiten toepassing laat, ook indien deze zijn vastgesteld om uitvoering te geven aan fundamentele constitutionele beginselen van de lidstaat?
2)
Moet de nationale rechter, bij een conflict tussen interne bepalingen en het EVRM, op grond van de verwijzing in artikel 6 VEU naar het EVRM artikel 14 EVRM en artikel 1 van Aanvullend protocol 12 daarbij rechtstreeks toepassen en strijdige bepalingen van intern recht buiten toepassing laten, zonder eerst aan het nationale grondwettelijk hof om een beslissing over de grondwettigheid te verzoeken?
3)
Staat het recht van de Unie, meer in het bijzonder de artikelen 2 VEU en 6 VEU, de artikelen 21 en 34 van het Handvest en de richtlijnen 2000/43/EG en 2003/109/EG, in de weg aan een nationale (meer bepaald een provinciale) regeling zoals die vervat in de gezamenlijke bepalingen van artikel 15, lid [2], van decreto del Presidente della Repubblica 670/1972, de artikelen 1 en 5 van legge provinciale nr. 13 van 1998 en het besluit van het bestuur van de autonome provincie nr. 1865 van 20 juli 2009, voor zover daarin voor de betrokken rechten, inzonderheid voor de zogenoemde huursubsidie, belang toekent aan de nationaliteit door op het grondgebied wonende werknemers die er voor lange duur verblijven en geen burger van de Unie zijn en staatlozen ongunstiger te behandelen dan op het grondgebied wonende burgers van de Unie (Italianen en niet-Italianen)?
Ingeval bovenstaande vragen bevestigend moeten worden beantwoord:
4)
Moet, in geval van schending van algemene beginselen van de Unie, zoals het verbod van discriminatie en het vereiste van rechtszekerheid, met betrekking tot een nationale uitvoeringsregeling op grond waarvan de rechter „het staken van de schadeveroorzakende gedraging kan gelasten en iedere andere passende maatregel kan treffen, afhankelijk van de omstandigheden en de gevolgen van de discriminatie”, en „de discriminerende gedraging of handeling, voor zover zij nog bestaat, moet worden gestaakt en de gevolgen ervan moeten worden opgeheven”, en op grond waarvan „ter voorkoming van herhaling binnen de vastgestelde termijn een plan voor de opheffing van de vastgestelde discriminaties kan worden gelast”, artikel 15 van richtlijn 2000/43/EG, voor zover het bepaalt dat alle sancties doeltreffend, evenredig en afschrikkend moeten zijn, aldus worden uitgelegd dat het zich bij de vastgestelde discriminaties en de op te heffen gevolgen — mede ter voorkoming van ongerechtvaardigde omgekeerde discriminaties — uitstrekt tot alle schendingen die gevolgen hebben voor de personen die worden gediscrimineerd, ook al zijn zij geen partij in het geschil?
Ingeval de voorgaande vraag bevestigend moet worden beantwoord:
5)
Verzet het recht van de Unie, meer in het bijzonder de artikelen 2 VEU en 6 VEU, de artikelen 21 en 34 van het Handvest en de richtlijnen 2000/43/EG en 2003/109/EG, zich tegen een nationale (meer bepaald provinciale) bepaling op grond waarvan alleen personen die geen burger van de Unie zijn en niet tevens burgers van de Unie (Italianen en niet-Italianen), die enkel gelijk worden gesteld voor de verplichting dat zij meer dan vijf jaar op het grondgebied van de provincie moeten hebben gewoond, tevens drie jaar moeten hebben gewerkt om in aanmerking te komen voor de huursubsidie?
6)
Verzet het recht van de Unie, meer in het bijzonder de artikelen 2 VEU en 6 VEU en de artikelen 18 VWEU, 45 VWEU en 49 VWEU, juncto de artikelen 1, 21 en 34 van het Handvest, zich tegen een nationale (meer bepaald provinciale) bepaling op grond waarvan burgers van de Unie (Italianen en niet-Italianen) om voor de huursubsidie in aanmerking te komen een verklaring inzake het etnische toebehoren of aangesloten zijn bij een van de drie taalgroepen in Zuid-Tirol?
7)
Verzet het gemeenschapsrecht, inzonderheid de artikelen 2 VEU en 6 VEU en de artikelen 18 VWEU, 45 VWEU en 49 VWEU, juncto de artikelen 21 en 34 van het Handvest, zich tegen een nationale (meer bepaald provinciale) bepaling op grond waarvan burgers van de Unie (Italianen en niet-Italianen) minstens vijf jaar op het provinciale grondgebied moeten hebben gewoond of gewerkt om voor de woningsubsidie in aanmerking te komen?
Full & Egal Universal Law Academy