19.2.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 55/19
Beroep ingesteld op 9 december 2010 — Europese Commissie tegen Koninkrijk der Nederlanden
(Zaak C-576/10)
2011/C 55/34
Procestaal: Nederlands
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: M. van Beek en C. Zadra, gemachtigden)
Verwerende partij: Koninkrijk der Nederlanden
Conclusies
—
Vast te stellen dat het Koninkrijk der Nederlanden wegens inbreuken op het recht van de Europese Unie inzake overheidsopdrachten, en met name op richtlijn 2004/18/EG (1), in de context van de gunning van een concessieovereenkomst voor openbare werken door de gemeente Eindhoven, de krachtens artikel 2 en titel III van richtlijn 2004/18/EG op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
—
Het Koninkrijk der Nederlanden te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De Commissie is tot de conclusie gekomen dat de samenwerkingsovereenkomst die de gemeente Eindhoven met Hurks Bouw en Vastgoed B.V. op 11 juni 2007 heeft gesloten een concessieovereenkomst is voor openbare werken in de zin van artikel 1, lid 3, van richtlijn 2004/18/EG.
Aangezien de concessieovereenkomst voor openbare werken een geraamde waarde boven het toepasselijke drempelbedrag heeft, had deze moeten worden aanbesteed in overeenstemming met richtlijn 2004/18/EG en in het bijzonder artikel 2 en titel III daarvan. Verder moeten aan Hurks Bouw en Vastgoed B.V. gegunde overheidsopdrachten voor werken met een geraamde waarde boven het toepasselijke drempelbedrag worden bekendgemaakt in overeenstemming met de artikelen 63 tot en met 65 van richtlijn 2004/18/EG.
Het feit dat de gemeente Eindhoven richtlijn 2004/18/EG en in het bijzonder artikel 2 en titel III daarvan niet heeft toegepast bij de gunning van de concessieovereenkomst voor openbare werken in kwestie aan Hurks Bouw en Vastgoed B.V., doet de Commissie besluiten dat er sprake is van een inbreuk op de richtlijn.
Voorgaande leidt de Commissie tot de conclusie dat het Koninkrijk der Nederlanden de op hem krachtens artikel 2 en titel III rustende verplichtingen op grond van het recht van de Europese Unie inzake overheidsopdrachten, en met name op richtlijn 2004/18/EG, in de context van de gunning van een concessieovereenkomst voor openbare werken door de gemeente Eindhoven, niet is nagekomen.
(1) Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PB L 134, blz. 114).
Full & Egal Universal Law Academy