5.3.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 72/7
Beroep ingesteld op 10 december 2010 — Europese Commissie/Koninkrijk België
(Zaak C-577/10)
2011/C 72/10
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: E. Traversa en C. Vrignon, gemachtigden)
Verwerende partij: Koninkrijk België
Conclusies
—
vaststellen dat het Koninkrijk België, door de vaststelling van de artikelen 137, 8o, 138, derde streepje, 153 en 157, 3o, van programmawet (I) van 27 december 2006 (1), in de sinds 1 april 2007 geldende versie, de krachtens artikel 56 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen;
—
het Koninkrijk België verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Met het onderhavige beroep betoogt de Commissie dat de nationale regeling waarbij in andere lidstaten gevestigde onafhankelijke dienstverrichters, die tijdelijk diensten willen verrichten in België, worden verplicht een voorafgaande aangifte te doen („Limosa-aangifte”), een belemmering van de vrijheid van dienstverrichting oplevert.
De Commissie merkt in de eerste plaats op dat de bestreden bepalingen een discriminerende beperking vormen, voor zover zij de betrokken onafhankelijke dienstverrichters aanzienlijke aanvullende en prohibitieve administratieve formaliteiten voorschrijven, en voorts hierbij een controlesysteem wordt ingevoerd dat alleen betrekking heeft op in een andere lidstaat gevestigde dienstverrichters, zonder dat dit verschil in behandeling om objectieve redenen is gerechtvaardigd.
In de tweede plaats betoogt verzoekster dat deze beperking van de vrijheid van dienstverrichting, zelfs indien zij niet discriminerend zou zijn, niet gerechtvaardigd is in het licht van de doelstellingen van algemeen belang, van de handhaving van het financiële evenwicht van het socialezekerheidsstelsel, van fraudepreventie, of van werknemersbescherming.
(1) Belgisch Staatsblad van 28 december 2006, blz. 75178.
Full & Egal Universal Law Academy