5.3.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 72/9
Hogere voorziening ingesteld op 16 december 2010 door de Raad van de Europese Unie tegen het arrest van het Gerecht (Zevende kamer) van 30 september 2010 in zaak T-85/09, Yassin Abdullah Kadi/Europese Commissie
(Zaak C-593/10 P)
2011/C 72/16
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirant: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: M. Bishop, E. Finnegan en R. Szostak, gemachtigden)
Andere partijen in de procedure: Yassin Abdullah Kadi, Europese Commissie, Franse Republiek, Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
Conclusies
—
het arrest van het Gerecht in zaak T-85/09 in zijn geheel vernietigen;
—
het beroep van verzoeker in eerste aanleg tot nietigverklaring van verordening 1190/2008 (1) van de Commissie ongegrond verklaren, voor zover deze op hem betrekking heeft;
—
verweerder in hogere voorziening verwijzen in de kosten van de procedure voor het Gerecht en de procedure voor het Hof van Justitie.
Middelen en voornaamste argumenten
Met deze hogere voorziening komt de Raad op tegen verscheidene vaststellingen van het Gerecht. De Raad betoogt:
—
Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, door te oordelen dat de bestreden verordening juridisch niet onschendbaar was.
Subsidiair betoogt de Raad:
—
Het Gerecht heeft de rechtspraak van het Hof van Justitie onjuist uitgelegd en toegepast, door te oordelen dat de te verrichten toetsing „volledig en nauwgezet” dient te zijn, en door te vereisen dat de bewijsstukken waarop de beslissing is gebaseerd, worden verzonden naar de aangewezen persoon of entiteit alsmede aan de rechterlijke instantie van de Unie, teneinde te verzekeren dat de rechten van die persoon of entiteit worden geëerbiedigd; en
—
Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door niet naar behoren rekening te houden met de oprichting van het Bureau van de Ombudsman bij resolutie 1904(2009) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.
(1) PB L 322, blz. 25.
Full & Egal Universal Law Academy