Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 6 mei 2010 – Hansen/Commissie
(Zaak C‑26/10 P)
„Hogere voorziening – Artikel 119 van Reglement voor procesvoering – Verzoek om niet-nakomingsprocedure te doen inleiden door Commissie – Verzoek om bevel te geven aan Commissie – Vaststelling van maatregelen om gelijke behandeling van gehandicapten op gebied van werkgelegenheid te waarborgen – Hogere voorziening kennelijk niet-ontvankelijk”
Hogere voorziening – Middelen – Loutere herhaling van voor Gerecht aangevoerde middelen en argumenten – Ontbreken van aanwijzing van gestelde onjuiste rechtsopvatting – Niet-ontvankelijkheid (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 112, lid 1, sub c) (cf. punten 7‑11)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen de beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Zesde kamer) van 17 november 2009, Hansen/Commissie (T‑295/09), houdende verwerping wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid van een beroep ertoe strekkende vast te stellen dat de Commissie ten onrechte heeft nagelaten een niet-nakomingsprocedure op grond van artikel 226 EG in te leiden tegen het Koninkrijk Zweden, en de Commissie te gelasten op grond van haar initiatiefrecht maatregelen tot bevordering van het recht van gehandicapten op gelijke en niet-discriminerende behandeling in het beroepsleven te treffen en daartoe strekkende initiatieven te ondersteunen
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
P. I. Hansen draagt zijn eigen kosten.
Full & Egal Universal Law Academy