Beschikking van het Hof (Vijfde kamer) van 23 mei 2011 – Rossius en Collard/ Belgische Staat
(Gevoegde zaken C‑267/10 en C‑268/10)
„Artikel 6, lid 1, VEU – Artikel 35 van Handvest van grondrechten van Europese Unie – Bezit en verkoop van rooktabak – Nationale bepalingen die heffing van accijnzen op tabakswaren toestaan – Kennelijke onbevoegdheid van Hof”
1. Prejudiciële vragen – Bevoegdheid van Hof – Grenzen – Verzoek om uitlegging van Handvest van grondrechten van Unie – Nationaal besluit dat geen maatregel ter uitvoering van recht van Unie vormt of geen andere elementen van aanknoping bij dit recht bevat – Onbevoegdheid van Hof (Art. 6, lid 1, VEU; art. 267 VWEU; Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 51, lid 1 ) (cf. punten 15‑16, 19)
2. Prejudiciële vragen – Bevoegdheid van Hof – Grenzen – Onderzoek van verenigbaarheid van nationaal recht met recht van Unie – Daarvan uitgesloten (Art. 267 VWEU) (cf. punten 24‑31)
Voorwerp
Verzoeken om een prejudiciële beslissing – Rechtbank van eerste aanleg te Namen – Uitlegging van artikel 6, lid 1, eerste alinea, VEU en van artikel 35 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie – Verenigbaarheid, met de doelstelling van bescherming van de menselijke gezondheid, van een nationale regeling die de vervaardiging, de invoer, de verkoopbevordering en de verkoop toestaat van rooktabak, die als zeer schadelijk voor de gezondheid wordt beschouwd – Geldigheid, uit het oogpunt van genoemde bepalingen, van de nationale bepalingen die de heffing van accijns op tabakswaren toestaan
Dictum
Het Hof van Justitie van de Europese Unie is kennelijk onbevoegd om te antwoorden op de vragen die de Rechtbank van eerste aanleg te Namen (België) bij beslissingen van 24 maart 2010 heeft gesteld.
Full & Egal Universal Law Academy