Zaak C‑313/10
Land Nordrhein-Westfalen
tegen
Sylvia Jansen
(verzoek van het Landesarbeitsgericht Köln om een prejudiciële beslissing)
„Doorhaling”
BESCHIKKING VAN DE PRESIDENT VAN DE TWEEDE KAMER
VAN HET HOF
25 oktober 2011 (*)
„Doorhaling”
In zaak C‑313/10,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door het Landesarbeitsgericht Köln (Duitsland) bij beslissing van 13 april 2010, ingekomen bij het Hof op 29 juni 2010, in de procedure
Land Nordrhein-Westfalen
tegen
Sylvia Jansen,
geeft
DE PRESIDENT VAN DE TWEEDE KAMER VAN HET HOF,
advocaat-generaal N. Jääskinen gehoord,
de navolgende
Beschikking
1 Bij brief van 6 oktober 2011, ingekomen ter griffie van het Hof op 13 oktober 2011, heeft het Landesarbeitsgericht Köln het Hof meegedeeld dat het hoofdgeding zonder voorwerp was geraakt en dat het bijgevolg zijn verzoek om een prejudiciële beslissing introk.
2 Bijgevolg dient de doorhaling van deze zaak in het register van het Hof te worden gelast.
3 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
De president van de Tweede kamer van het Hof beschikt:
Zaak C‑313/10 wordt doorgehaald in het register van het Hof.
Luxemburg, 25 oktober 2011.
De griffier
De president van de Tweede kamer
A. Calot Escobar
J. N. Cunha Rodrigues
* Procestaal: Duits.
Full & Egal Universal Law Academy