Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 2 maart 2011 – Claro/BHIM
(Zaak C‑349/10 P)
„Hogere voorziening – Gemeenschapsmerk – Weigering van inschrijving – Ontvankelijkheid van beroep voor kamer van beroep – Ontbreken van indiening van schriftelijke uiteenzetting van gronden van beroep – Artikel 59 van verordening (EG) nr. 40/94 – Regel 49, lid 1, van verordening (EG) nr. 2868/95 – Hogere voorziening kennelijk ongegrond”
Gemeenschapsmerk – Beroepsprocedure – Termijn en vorm van beroep – Tijdige indiening van schriftelijke uiteenzetting van gronden van beroep – Voorwaarde voor ontvankelijkheid (Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 59; verordening nr. 2868/95 van de Commissie, art. 1, regel 49) (cf. punten 39‑41)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht (Vijfde kamer) van 28 april 2010, Claro/BHIM en Telefónica (T‑225/09), waarbij het Gerecht heeft verworpen het beroep tegen de beslissing van de tweede kamer van beroep van het BHIM van 26 februari 2009 (zaak R 1079/2008‑2) inzake een oppositieprocedure tussen Telefónica SA en BCP S/A.
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Claro SA wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy