Beschikking van het Hof (Vijfde kamer) van 31 maart 2011 – Mauerhofer/Commissie
(Zaak C‑433/10 P)
„Hogere voorziening – Project door Unie ondersteund in Bosnië-Herzegovina – Overeenkomsten gesloten tussen Commissie en consortium alsmede tussen dit consortium en deskundigen – Dienstorder van Commissie houdende wijziging van haar overeenkomst met betrokken consortium – Beroep tot nietigverklaring van die dienstorder ingesteld door een van deskundigen – Ontvankelijkheid – Beroep tot schadevergoeding – Niet-contractuele aansprakelijkheid van Unie – Causaal verband tussen dienstorder van Commissie en vermeende door betrokken deskundige geleden schade”
1. Beroep tot nietigverklaring – Handelingen waartegen beroep kan worden ingesteld – Begrip – Handelingen die bindende rechtsgevolgen sorteren – Handelingen die rechtspositie van verzoeker wijzigen – Dienstorder van Commissie houdende wijziging van overeenkomst tussen Commissie en consortium – Daarvan uitgesloten (Art. 263 VWEU) (cf. punten 57‑63)
2. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van feiten – Niet-ontvankelijkheid – Toetsing door Hof van beoordeling van feiten en bewijsmateriaal – Uitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punten 69‑72, 119‑121)
3. Hogere voorziening – Middelen – Ontoereikende of tegenstrijdige motivering – Ontvankelijkheid – Omvang van motiveringsplicht – Omvang van toetsing door Hof van arresten van Gerecht (cf. punten 76‑77)
4. Hogere voorziening – Middelen – Middel voor het eerst aangevoerd in hogere voorziening – Kennelijke niet-ontvankelijkheid (cf. punten 87‑89)
5. Hogere voorziening – Middelen – Ontbreken van aanwijzing van gestelde onjuiste rechtsopvatting – Kennelijke niet-ontvankelijkheid (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 112, lid 1, sub c) (cf. punten 99‑101)
6. Niet-contractuele aansprakelijkheid – Voorwaarden – Causaal verband – Bewijslast (Art. 340, tweede alinea, VWEU) (cf. punt 127)
7. Hogere voorziening – Middelen – Loutere herhaling van voor Gerecht aangevoerde middelen en argumenten – Onjuiste beoordeling van feiten – Middel kennelijk ongegrond (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punten 128‑133)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen de beschikking van het Gerecht (Derde kamer) van 29 juni 2010, Mauerhofer/Commissie (T‑515/08) waarbij het Gerecht heeft verworpen een beroep strekkende tot nietigverklaring van het besluit van de Commissie van 9 september 2008 houdende vermindering van het aantal bezoldigde werkdagen dat rekwirant is toebedeeld voor de uitvoering van taken in het kader van een deskundigenovereenkomst (overeenkomst nr. MC/5043/025/001/2008 – „Value Chain Mapping Analysis”), die door hem is gesloten met de verantwoordelijke voor een project dat in Bosnië-Herzegovina wordt gerealiseerd ter uitvoering van de raamovereenkomst „EuropeAid/123314/C/SER/multi – Perceel 5 – ‚Studies, evaluaties en presentaties op het gebied van handel, ondernemingen en regionale economische integratie’” – Ontbreken van handeling waartegen kan worden opgekomen
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
V. Mauerhofer wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy