Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 13 januari 2012 — Evropaïki Dynamiki/EEA
(Zaak C‑462/10 P)
„Hogere voorziening — Overheidsopdrachten voor diensten — Oproep tot indiening van offertes — Verrichting van IT-adviesdiensten — Afwijzing van offerte — Gunning van opdracht aan andere inschrijver — Selectie‑ en gunningscriteria — Verwarring van criteria — Weging van criteria — Volledige kopie van evaluatierapport — Ontoereikende motivering”
1. Hogere voorziening — Middelen — Loutere herhaling van voor Gerecht aangevoerde middelen en argumenten — Ontbreken van aanwijzing van gestelde onjuiste rechtsopvatting — Niet-ontvankelijkheid (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 112, lid 1, sub c) (cf. punten 19, 30‑31, 47)
2. Hogere voorziening — Middelen — Toetsing door Hof van weigering van Gerecht om maatregelen van instructie te gelasten — Omvang (Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 66, lid 1) (cf. punten 21‑23)
3. Hogere voorziening — Middelen — Bestrijding van voor Gerecht bestreden besluit en niet van arrest van Gerecht — Niet-ontvankelijkheid (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 112, lid 1, sub c) (cf. punten 36‑37)
4. Handelingen van de instellingen — Motivering — Verplichting — Omvang — Besluit tot afwijzing van offerte in kader van procedure van plaatsen van overheidsopdracht voor dienstverlening — Verplichting om op schriftelijk verzoek kenmerken en relatieve voordelen van gekozen offerte en naam van opdrachtnemer mee te delen — Verplichting voor aanbestedende dienst om zorgvuldige vergelijkende analyse van gekozen offerte en offerte van afgewezen inschrijver te verstrekken — Geen — Middel kennelijk ongegrond (Art. 256 VWEU; verordening nr. 1605/2002 van de Raad, art. 100, lid 2; verordening nr. 2342/2002 van de Commissie, art. 149, lid 3) (cf. punten 39‑40, 44)
5. Procedure — Inleidend verzoekschrift — Vormvereisten — Summiere uiteenzetting van aangevoerde middelen (Statuut van het Hof van Justitie, art. 21; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 112, lid 1, sub c) (cf. punt 47)
6. Hogere voorziening — Middelen — Toetsing door Hof van beoordeling van feiten en bewijzen — Uitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punt 57)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht (Vijfde kamer) van 8 juli 2010, Evropaïki Dynamiki/EEA (T‑331/06), houdende verwerping van een beroep tot nietigverklaring van het besluit van het Europees Milieuagentschap van 14 september 2006 tot afwijzing van de offerte die verzoekster had ingediend in het kader van aanbestedingsprocedure EEA/IDS/06/002 betreffende het verrichten van IT-adviesdiensten (PB 2006/118‑125101), en van het besluit tot gunning van de opdracht aan een andere inschrijver — Gunningscriteria — Onjuiste beoordeling
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Evropaïki Dynamiki — Proigmena Systimata Tilepikoinonion Pliroforikis kai Tilematikis AE wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy