Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 17 december 2010 – Platis/Raad en Griekenland
(Zaak C‑513/10 P)
„Hogere voorziening – Beroep tot nietigverklaring – Verordeningen van Raad houdende bepalingen betreffende invoering van euro – Nationale wetgevingshandelingen houdende bepalingen voor toepassing van die verordeningen – Beroep kennelijk niet-ontvankelijk – Gerecht kennelijk onbevoegd – Hogere voorziening ten dele kennelijk ongegrond en ten dele kennelijk niet-ontvankelijk – Artikel 119 van Reglement voor procesvoering”
1. Beroep tot nietigverklaring – Termijnen – Regels van openbare orde – Aanvang – Datum van bekendmaking van betrokken handeling – Handeling die gevolgen blijft sorteren – Geen invloed (Art. 263, zesde alinea, VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 45, tweede alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 81, leden 1 en 2) (cf. punten 8‑9)
2. Procedure – Beroep ingesteld door natuurlijke persoon of rechtspersoon en strekkende tot vaststelling van schending van recht van Unie door lidstaat – Rechter van Unie kennelijk onbevoegd – Niet-ontvankelijkheid (Art. 258 VWEU, 259 VWEU en 267 VWEU) (cf. punten 13‑15)
3. Hogere voorziening – Middelen – Loutere herhaling van voor Gerecht aangevoerde middelen en argumenten – Ontbreken van aanwijzing van gestelde onjuiste rechtsopvatting – Niet-ontvankelijkheid (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 112, lid 1, sub c) (cf. punt 18)
Voorwerp
Hogere voorziening ingesteld tegen het arrest van het Gerecht (Eerste kamer) van 30 september 2010, Platis/Raad en Griekenland (T‑311/10), waarbij het Gerecht heeft verworpen een beroep tot nietigverklaring van verschillende verordeningen van de Raad uit 1997, 1998, 1999 en 2000 houdende bepalingen betreffende de invoering van de euro, de denominaties en technische specificaties van de voor circulatie bestemde euromuntstukken en de omrekeningskoersen tussen de euro en de munteenheden van de lidstaten die de euro aannemen, alsook tot nietigverklaring van de nationale wetten 2842/2000 en 2948/2001 waarbij de omstreden verordeningen in Grieks recht zijn omgezet – Kennelijke niet-ontvankelijkheid – Kennelijke onbevoegdheid
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
D. Platis draagt zijn eigen kosten.
Full & Egal Universal Law Academy