27.10.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 331/4
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 6 september 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Upper Tribunal (Tax and Chancery Chamber) — Verenigd Koninkrijk) — The Commissioners for Her Majesty’s Revenue & Customs/Philips Electronics UK Ltd
(Zaak C-18/11) (1)
(Vrijheid van vestiging - Belastingwetgeving - Vennootschapsbelasting - Belastingaftrek - Nationale wetgeving die overdracht van verliezen op nationaal grondgebied geleden door niet-ingezeten inrichting van vennootschap gevestigd in andere lidstaat aan op nationaal grondgebied gevestigde vennootschap van dezelfde groep uitsluit)
2012/C 331/06
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
Upper Tribunal (Tax and Chancery Chamber)
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: The Commissioners for Her Majesty’s Revenue & Customs
Verwerende partij: Philips Electronics UK Ltd
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Upper Tribunal (Tax and Chancery Chamber) (Verenigd Koninkrijk) — Uitlegging van artikel 49 VWEU — Vrijheid van vestiging — Belastingwetgeving — Vennootschapsbelasting — Belastingaftrek — Nationale wettelijke regeling die de overdracht van op het nationaal grondgebied door een vaste inrichting van een in een andere lidstaat gevestigde onderneming geleden verliezen naar een op het nationaal grondgebied gevestigde onderneming van dezelfde groep uitsluit
Dictum
1)
Artikel 43 EG moet aldus worden uitgelegd dat een nationale regeling die voor de overdracht via groepsaftrek van verliezen die zijn geleden door een in die lidstaat gelegen vaste inrichting van een niet-ingezeten vennootschap aan een ingezeten vennootschap, de voorwaarde stelt dat het niet mogelijk is deze verliezen met een buitenlandse belasting te verrekenen, terwijl voor de overdracht van verliezen die een ingezeten vennootschap in die lidstaat heeft geleden, een overeenkomstige voorwaarde niet geldt, een beperking vormt van de vrijheid van een niet-ingezeten vennootschap om zich in een andere lidstaat te vestigen.
2)
Een beperking van de vrijheid van een niet-ingezeten vennootschap om zich in een andere lidstaat te vestigen, zoals in het hoofdgeding aan de orde, kan niet worden gerechtvaardigd door dwingende redenen van algemeen belang ontleend aan het voorkomen van dubbele verliesverrekening, het handhaven van een evenwichtige verdeling van de heffingsbevoegdheid tussen de lidstaten of een combinatie van deze twee gronden.
3)
In een situatie als in het hoofdgeding aan de orde moet de nationale rechter elke bepaling van de nationale wet die strijdig is met artikel 43 EG buiten toepassing laten.
(1) PB C 89 van 19.3.2011.
Full & Egal Universal Law Academy