24.11.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 366/9
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 4 oktober 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Korkein oikeus — Finland) — Finnair Oyj/Timy Lassooy
(Zaak C-22/11) (1)
(Luchtvervoer - Verordening (EG) nr. 261/2004 - Compensatie voor luchtreizigers in geval van instapweigering - Begrip „instapweigering” - Uitsluiting van kwalificatie als „instapweigering” - Annulering van vlucht wegens staking in luchthaven van vertrek - Reorganisatie van vluchten volgend op geannuleerde vlucht - Recht op compensatie van passagiers van deze vluchten)
2012/C 366/15
Procestaal: Fins
Verwijzende rechter
Korkein oikeus
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Finnair Oyj
Verwerende partij: Timy Lassooy
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Korkein oikeus — Uitlegging van de artikelen 2, sub j, 4, 5 en 7 van verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91 (PB L 46, blz. 1) — Buitengewone omstandigheden — Vlucht die is geannuleerd wegens een staking van het personeel van de luchthaven van vertrek — Reorganisatie van de vluchten om de negatieve gevolgen van de geannuleerde vlucht voor de passagiers te verminderen — Reorganisatie die doorwerkt op de vluchten die volgen op de geannuleerde vlucht — Recht van de passagiers van deze vluchten op compensatie
Dictum
1)
Het begrip „instapweigering” in de zin van de artikelen 2, sub j, en 4, van verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91, dient aldus te worden uitgelegd dat het niet enkel betrekking heeft op instapweigeringen die het gevolg zijn van overboekingen, maar ook op instapweigeringen om andere redenen, zoals operationele redenen.
2)
De artikelen 2, sub j, en 4, lid 3, van verordening nr. 261/2004 moeten aldus worden uitgelegd dat „buitengewone omstandigheden” die voor een luchtvaartmaatschappij aanleiding zijn om de op die omstandigheden volgende vluchten te reorganiseren, een „instapweigering” op die latere vluchten niet kunnen rechtvaardigen, en deze vervoerder niet kunnen bevrijden van zijn verplichting tot compensatie overeenkomstig artikel 4, lid 3, van die verordening van de passagier die hij niet aan boord heeft laten gaan van een van de na bedoelde omstandigheden gecharterde vluchten.
(1) PB C 80 van 12.3.2011.
Full & Egal Universal Law Academy