17.11.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 355/5
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 6 september 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Stato — Italië) — Pioneer Hi Bred Italia Srl/Ministero delle Politiche agricole alimentari e forestali
(Zaak C-36/11) (1)
(Landbouw - Genetisch gemodificeerde organismen - Richtlijn 2002/53/EG - Gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen - In gemeenschappelijke rassenlijst opgenomen genetisch gemodificeerde organismen - Verordening (EG) nr. 1829/2003 - Artikel 20 - Bestaande producten - Richtlijn 2001/18/EG - Artikel 26 bis - Maatregelen om onbedoelde aanwezigheid van genetisch gemodificeerde organismen te voorkomen - Nationale maatregelen waarbij teelt van genetisch gemodificeerde organismen die in gemeenschappelijke lijst zijn opgenomen en als bestaande producten zijn toegelaten, in afwachting van maatregelen op grond van artikel 26 bis van richtlijn 2001/18/EG wordt verboden)
2012/C 355/06
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Consiglio di Stato
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Pioneer Hi Bred Italia Srl
Verwerende partij: Ministero delle Politiche agricole alimentari e forestali
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Consiglio di Stato — Sezione Seconda — Uitlegging van de artikelen 16, 19, 22 en 26 bis van richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van richtlijn 90/220/EEG van de Raad (PB L 106, blz. 1) — Uitlegging van artikel 19 van richtlijn 2002/53/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen (PB L 193, blz. 1) — Vergunningsaanvraag voor de teelt van in de Europese gemeenschappelijke rassenlijst opgenomen GGO’s — Afwijzing door de bevoegde instantie wegens het ontbreken van interne regelgeving ter zake
Dictum
De teelt van GGO’s zoals MON 810-maïsrassen kan niet afhankelijk worden gesteld van een nationale toelatingsprocedure, wanneer het gebruik van en de handel in deze rassen op grond van artikel 20 van verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders zijn toegestaan en deze rassen zijn opgenomen in de gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen die is vastgesteld bij richtlijn 2002/53/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1829/2003.
Een lidstaat kan niet op grond van artikel 26 bis van richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van richtlijn 90/220/EEG van de Raad, zoals gewijzigd bij richtlijn 2008/27/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008, op algemene wijze bepalen dat geen genetisch gemodificeerde organismen op zijn grondgebied mogen worden geteeld zolang geen co-existentiemaatregelen zijn getroffen om de onbedoelde aanwezigheid van genetisch gemodificeerde organismen in andere gewassen te voorkomen.
(1) PB C 89 van 19.3.2011.
Full & Egal Universal Law Academy