27.10.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 331/5
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 5 september 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Cour d’appel d’Amiens — Frankrijk) — Europees aanhoudingsbevel dat is uitgevaardigd tegen Joao Pedro Lopes Da Silva Jorge
(Zaak C-42/11) (1)
(Politiële en justitiële samenwerking in strafzaken - Kaderbesluit 2002/584/JBZ - Europees aanhoudingsbevel en procedures van overlevering tussen lidstaten - Artikel 4, punt 6 - Grond tot facultatieve weigering van tenuitvoerlegging van Europees aanhoudingsbevel - Uitvoering in nationaal recht - Aangehouden persoon die staatsburger is van uitvaardigende lidstaat - Europees aanhoudingsbevel dat is uitgevaardigd met oog op tenuitvoerlegging van vrijheidsstraf - Regeling van lidstaat die mogelijkheid van niet-tenuitvoerlegging van Europees aanhoudingsbevel beperkt tot geval van gezochte personen met nationaliteit van die lidstaat)
2012/C 331/07
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Cour d’appel d’Amiens
Partij in het hoofdgeding
Joao Pedro Lopes Da Silva Jorge
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Cour d’appel d’Amiens — Uitlegging van artikel 4, punt 6, van het kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (PB L 190, blz. 1) en artikel 18 VWEU — Europees aanhoudingsbevel dat is uitgevaardigd met het oog op de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf — Regeling van een lidstaat die de mogelijkheid van niet-tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel beperkt tot het geval van gezochte personen met de nationaliteit van die lidstaat — Discriminatie op grond van nationaliteit
Dictum
Artikel 4, punt 6, van kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten en artikel 18 VWEU moeten aldus worden uitgelegd dat een lidstaat bij de omzetting van bedoeld artikel 4, punt 6, weliswaar kan beslissen de gevallen te beperken waarin de nationale uitvoerende rechterlijke autoriteit kan weigeren een binnen de werkingssfeer van deze bepaling vallende persoon over te leveren, doch dat hij staatsburgers van andere lidstaten die op zijn grondgebied verblijven of er ingezetenen zijn, niet volledig en automatisch van de werkingssfeer van dit artikel kan uitsluiten ongeacht de banden die deze staatsburgers met die lidstaat hebben.
De verwijzende rechter dient het nationale recht zo veel mogelijk in het licht van de bewoordingen en het doel van kaderbesluit 2002/584 uit te leggen, het gehele nationale recht in beschouwing nemend en met toepassing van de daarin erkende uitleggingsmethoden, om de volle werking van dit kaderbesluit te verzekeren en tot een oplossing te komen die in overeenstemming is met de daarmee nagestreefde doelstelling.
(1) PB C 103 van 2.4.2011.
Full & Egal Universal Law Academy