24.11.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 366/10
Arrest van het Hof (kamer) van 4 oktober 2012 — Europese Commissie/Republiek Oostenrijk
(Zaak C-75/11) (1)
(Niet-nakoming - Burgerschap van Unie - Reis- en verblijfsrecht - Artikelen 20 VWEU en 21 VWEU - Discriminatie op grond van nationaliteit - Artikel 18 VWEU - Richtlijn 2004/38/EG - Artikel 24 - Afwijking - Reikwijdte - Lidstaat waar voordeel van gereduceerde vervoertarieven uitsluitend is voorbehouden aan studenten wier ouders in die staat kinderbijslag ontvangen)
2012/C 366/16
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: V. Kreuschitz en D. Roussanov, gemachtigden)
Verwerende partij: Republiek Oostenrijk (vertegenwoordigers: C. Pesendorfer en M. Fruhmann, gemachtigden)
Voorwerp
Niet-nakoming — Schending van artikelen 18, 20 en 21 VWEU alsook van artikel 24 van richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PB L 158, blz. 77) — Tussen verschillende entiteiten van een lidstaat en ondernemingen voor openbaar vervoer gesloten overeenkomsten voor de verkoop van vervoersbewijzen tegen gereduceerd tarief aan studenten — Uitsluiting van het voordeel van zulke reducties ten aanzien van de studenten waarvan de ouders geen recht hebben op kinderbijslag in deze staat
Dictum
1)
Door het voordeel van gereduceerde vervoertarieven in beginsel uitsluitend voor te behouden aan studenten waarvan de ouders Oostenrijkse kinderbijslag ontvangen, is de Republiek Oostenrijk de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 18 VWEU junctis de artikelen 20 VWEU en 21 VWEU en krachtens artikel 24 van richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG.
2)
De Republiek Oostenrijk wordt verwezen in de kosten.
(1) PB C 130 van 30.4.2011.
Full & Egal Universal Law Academy