15.6.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 171/4
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 25 april 2013 — Europese Commissie/Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
(Zaak C-86/11) (1)
(Niet-nakoming - Fiscale bepalingen - Richtlijn 2006/112/EG - Artikelen 9 en 11 - Nationale wettelijke regeling volgens welke niet-belastingplichtige personen kunnen worden opgenomen in groep van personen die als één btw-plichtige kunnen worden aangemerkt)
2013/C 171/06
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordiger: R. Lyal, gemachtigde)
Verwerende partij: Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (vertegenwoordigers: S. Hathaway, gemachtigde, bijgestaan door M. Hall, QC)
Interveniënten aan de zijde van verwerende partij: Tsjechische Republiek (vertegenwoordigers: M. Smolek en T. Müller, gemachtigden), Koninkrijk Denemarken (vertegenwoordigers: aanvankelijk C. Vang, vervolgens V. Pasternak Jørgensen, gemachtigden), Ierland (vertegenwoordigers: D. O’Hagan, gemachtigde, bijgestaan door G. Clohessy, SC, en N. Travers, BL), Republiek Finland (vertegenwoordigers: H. Leppo en M. S. Hartikainen, gemachtigden)
Voorwerp
Niet-nakoming — Schending van de artikelen 9 en 11 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1) — Nationale wettelijke regeling op grond waarvan niet-belastingplichtigen in een btw-groep kunnen worden opgenomen
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
De Europese Commissie wordt verwezen in de kosten.
3)
De Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, Ierland en de Republiek Finland dragen hun eigen kosten.
(1) PB C 145 van 14.5.2011.
Full & Egal Universal Law Academy