15.6.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 171/4
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 25 april 2013 — Europese Commissie/Koninkrijk Denemarken
(Zaak C-95/11) (1)
(Niet-nakoming - Fiscale bepalingen - Richtlijn 2006/112/EG - Artikelen 9 en 11 - Nationale wettelijke regeling volgens welke niet-belastingplichtige personen kunnen worden opgenomen in groep van personen die als één btw-plichtige kunnen worden aangemerkt)
2013/C 171/07
Procestaal: Deens
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: R. Lyal, gemachtigde, bijgestaan door H. Peytz, advocaat)
Verwerende partij: Koninkrijk Denemarken (vertegenwoordigers: C. Vang en V. Pasternak Jørgensen, gemachtigden)
Interveniënten aan de zijde van verwerende partij: Tsjechische Republiek (vertegenwoordigers: M. Smolek, J. Očková en T. Müller, gemachtigden), Ierland (vertegenwoordigers: D. O’Hagan, gemachtigde, bijgestaan door G. Clohessy, SC, en M. N. Travers, BL), Republiek Finland (vertegenwoordigers: H. Leppo en M. S. Hartikainen, gemachtigden), Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (vertegenwoordigers: S. Behzadi-Spencer, gemachtigde, bijgestaan door M. Hall, QC)
Voorwerp
Niet-nakoming — Schending van de artikelen 9 en 11 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1) — Begrip belastingplichtige — Nationale wettelijke regeling die niet-belastingplichtigen toestaat deel uit te maken van een btw-groep
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
De Europese Commissie wordt verwezen in de kosten.
3)
De Tsjechische Republiek, Ierland, de Republiek Finland alsmede het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland dragen hun eigen kosten.
(1) PB C 186 van 25.6.2011.
Full & Egal Universal Law Academy