30.6.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 194/4
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 10 mei 2012 — Helena Rubinstein, L'Oréal SA/Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen), Allergan Inc.
(Zaak C-100/11 P) (1)
(Hogere voorziening - Gemeenschapsmerk - Verordening (EG) nr. 40/94 - Artikel 8, lid 5 - Gemeenschapswoordmerken BOTOLIST en BOTOCYL - Communautaire en nationale beeld- en woordmerken BOTOX - Nietigverklaring - Relatieve weigeringsgronden - Afbreuk aan reputatie)
2012/C 194/05
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirantes: Helena Rubinstein, L'Oréal SA (vertegenwoordiger: A. von Mühlendahl, Rechtsanwalt)
Andere partijen in de procedure: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (vertegenwoordiger: A. Folliard-Monguiral, gemachtigde), Allergan Inc. (vertegenwoordiger: F. Clark, barrister)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 16 december 2010 in gevoegde zaken T-345/08 en T-357/08, Rubinstein en L’Oréal/BHIM — Allergan (Botolist en Botocyl), waarbij het Gerecht heeft verworpen het beroep ingesteld door de houder van het gemeenschapswoordmerk „BOTOLIST” voor waren van klasse 3 en strekkende tot vernietiging van beslissing R 863/2007-1 van de eerste kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (BHIM) van 28 mei 2008 houdende vernietiging van de beslissing van de nietigheidsafdeling tot afwijzing van de vordering tot nietigverklaring van dit merk die was ingesteld door de houder van de communautaire en nationale beeld- en woordmerken „BOTOX” voor waren van de klassen 5 en 16 en diensten van klasse 42 — Uitlegging en toepassing van artikel 8, lid 4, van verordening (EG) nr. 40/94 [thans artikel 8, lid 4, van verordening (EG) nr. 207/2009] — Relatieve weigeringsgronden — Afbreuk aan reputatie — Uitlegging en toepassing van artikel 73 van verordening nr. 40/94 (thans artikel 75 van verordening nr. 207/2009) — Motiveringsplicht
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Helena Rubinstein SNC en L’Oréal SA worden verwezen in de kosten.
(1) PB C 145 van 14.05.2011.
Full & Egal Universal Law Academy