9.6.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 165/6
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 19 april 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Raad van State — België) — Pro-Braine ASBL e.a./Gemeente Braine-le-Château
(Zaak C-121/11) (1)
(Richtlijn 1999/31/EG - Storten van afvalstoffen - Richtlijn 85/337/EEG - Milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten - Zonder milieueffectbeoordeling genomen besluit tot voortzetting van exploitatie van stortplaats waarvoor vergunning is verleend - Begrip „vergunning”)
2012/C 165/10
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Raad van State
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Pro-Braine ASBL, Michel Bernard, Charlotte de Lantsheere
Verwerende partij: Gemeente Braine-le-Château
in tegenwoordigheid van: Veolia es treatment NV
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Raad van State (België) — Uitlegging van artikel 14, sub b, van richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen (PB L 182, blz. 1) en van artikel 1, lid 2, van richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 175, blz. 40) — Zonder milieueffectbeoordeling genomen beslissing tot voortzetting van de exploitatie van een stortplaats waarvoor een vergunning is verleend — Begrip „vergunning” — Werkingssfeer
Dictum
De definitieve beslissing tot voortzetting van de exploitatie van een bestaande stortplaats die overeenkomstig artikel 14, sub b, van richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen op basis van een aanpassingsplan is genomen, is slechts een „vergunning” in de zin van artikel 1, lid 2, van richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003, voor zover bij deze beslissing toestemming wordt gegeven voor een wijziging of uitbreiding van de installatie of de plaats door werken of ingrepen die de materiële toestand van de installatie of de plaats veranderen, en deze wijziging of uitbreiding aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben in de zin van punt 13 van bijlage II bij richtlijn 85/337 en dus een „project” in de zin van artikel 1, lid 2, van deze richtlijn vormt.
(1) PB C 152 van 21.5.2011.
Full & Egal Universal Law Academy