26.1.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 26/5
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 6 december 2012 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesverwaltungsgericht — Duitsland) — Bundesrepublik Deutschland/Karen Dittrich (C-124/11), Bundesrepublik Deutschland/Robert Klinke (C-125/11) en Jörg-Detlef Müller/Bundesrepublik Deutschland (C-143/11)
(Gevoegde zaken C-124/11, C-125/11 en C-143/11) (1)
(Gelijke behandeling in arbeid en beroep - Nationale regeling - Toelage voor ambtenaren in geval van ziekte - Richtlijn 2000/78/EG - Artikel 3 - Werkingssfeer - Begrip „beloning”)
2013/C 26/08
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesverwaltungsgericht
Partijen in de hoofdgedingen
Verzoekende partijen: Bundesrepublik Deutschland (C-124/11 en C-125/11), Jörg-Detlef Müller (C-143/11)
Verwerende partijen: Karen Dittrich (C-124/11), Robert Klinke (C-125/11), Bundesrepublik Deutschland (C-143/11)
Voorwerp
Verzoeken om een prejudiciële beslissing — Bundesverwaltungsgericht — Uitlegging van richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (PB L 303, blz. 16) — Nationale regeling waarin wordt voorzien in een toelage voor ambtenaren in geval van ziekte, en die geregistreerde partners uitsluit als gezinsleden die de toelage kunnen ontvangen — Gelijke behandeling van werknemers die een levenspartner hebben ten opzichte van getrouwde werknemers — Werkingssfeer van richtlijn 2000/78/EG — Begrip „beloning”
Dictum
Artikel 3, lid 1, sub c, en lid 3, van richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep, moet in die zin worden uitgelegd dat een in geval van ziekte aan ambtenaren betaalde toelage, zoals die welke aan de ambtenaren van de Bundesrepublik Deutschland wordt toegekend uit hoofde van het Bundesbeamtengesetz (wet op de federale ambtenaren), binnen de werkingssfeer van deze richtlijn valt indien deze toelage wordt gefinancierd door de staat als publiekrechtelijke werkgever, hetgeen ter beoordeling van de nationale rechter staat.
(1) PB C 269 van 10.09.2011.
Full & Egal Universal Law Academy