27.10.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 331/8
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 6 september 2012 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Upper Tribunal — Verenigd Koninkrijk) — Secretary of State for Work and Pensions/Lucja Czop (C-147/11), Margita Punakova (C-148/11)
(Gevoegde zaken C-147/11 en C-148/11) (1)
(Verordening (EEG) nr. 1612/68 - Richtlijn 2004/38/EG - Duurzaam verblijfsrecht - Sociale uitkering - Zorg voor kind - Verblijf vóór toetreding van land van herkomst tot Unie)
2012/C 331/11
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
Upper Tribunal
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Secretary of State for Work and Pensions
Verwerende partijen: Lucja Czop (C-147/11), Margita Punakova (C-148/11)
Voorwerp
Verzoeken om een prejudiciële beslissing — Upper Tribunal — Uitlegging van artikel 12 van verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap (PB L 257, blz. 2) en van artikel 16, lid 1, van richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden (PB L 158, blz. 77) — Verblijfsrecht van een Pools staatsburger die zich vóór de toetreding van Polen naar het Verenigd Koninkrijk heeft begeven, die, na de toetreding, gedurende minder dan een jaar een activiteit als zelfstandige heeft uitgeoefend en die de zorg heeft voor een kind dat algemeen onderwijs is gaan volgen na het tijdvak van de activiteit als zelfstandige
Dictum
Artikel 12 van verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap moet aldus worden uitgelegd dat het aan de persoon die daadwerkelijk zorgt voor een kind van een migrerende werknemer of van een voormalig migrerende werknemer, wanneer dit kind onderwijs volgt in het gastland, een recht van verblijf op het grondgebied van die lidstaat toekent, hoewel dit artikel niet aldus kan worden uitgelegd dat het een dergelijk recht toekent aan de persoon die daadwerkelijk voor het kind van een zelfstandige zorgt.
Artikel 16, lid 1, van richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG, moet aldus worden uitgelegd dat een burger van de Unie, staatsburger van een recentelijk tot de Europese Unie toegetreden lidstaat, met een beroep op deze bepaling aanspraak kan maken op een duurzaam verblijfsrecht indien hij meer dan vijf jaar lang ononderbroken in het gastland heeft verbleven, gedeeltelijk vóór de toetreding van eerstbedoelde lidstaat tot de Europese Unie, mits het verblijf voldoet aan de voorwaarden van artikel 7, lid 1, van richtlijn 2004/38.
(1) PB C 152 van 21.5.2011.
Full & Egal Universal Law Academy