25.8.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 258/6
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 28 juni 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Arbeitsgericht Ludwigshafen am Rhein — Duitsland) — Georges Erny/Daimler AG — Werk Wörth
(Zaak C-172/11) (1)
(Vrij verkeer van werknemers - Artikel 45 VWEU - Verordening (EG) nr. 1612/68 - Artikel 7, lid 4 - Discriminatieverbod - Aanvulling van loon van werknemers die voorafgaand aan pensioen in deeltijd werken - In lidstaat van verblijf aan inkomstenbelasting onderworpen grensarbeiders - Fictieve inaanmerkingneming van loonbelasting van lidstaat van tewerkstelling)
2012/C 258/09
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Arbeitsgericht Ludwigshafen am Rhein
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Georges Erny
Verwerende partij: Daimler AG — Werk Wörth
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Arbeitsgericht Ludwigshafen am Rhein, Auswärtige Kammern Landau — Uitlegging van artikel 45 VWEU, en van artikel 7, lid 4, van verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap (PB L 257, blz. 2) — Extra bedrag aan bezoldiging voor werknemers die onder een regeling van deeltijdse arbeid voorafgaand aan de pensionering zijn geplaatst — Minder gunstige behandeling van grensarbeiders die uitsluitend in de woonstaat onderworpen zijn aan de inkomstenbelasting, doordat bij de berekening van dat extra bedrag wordt uitgegaan van de theoretische inkomstenbelasting in de staat van tewerkstelling
Dictum
De artikelen 45 VWEU en 7, lid 4, van verordening nr. 1612/68 van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap, verzetten zich tegen bepalingen in individuele en collectieve arbeidsovereenkomsten waarin is bepaald dat een loonaanvulling zoals die waarvan sprake is in het hoofdgeding, die door de werkgever wordt betaald in het kader van een regeling inzake deeltijdarbeid voor oudere werknemers, zodanig wordt berekend dat de loonbelasting die een werknemer is verschuldigd in de lidstaat van tewerkstelling fictief wordt afgetrokken bij de vaststelling van de grondslag voor de berekening van die verhoging, terwijl lonen, salarissen en soortgelijke vergoedingen die worden betaald aan niet in de lidstaat van tewerkstelling wonende werknemers, belastbaar zijn in de lidstaat van verblijf van laatstgenoemde werknemers. Overeenkomstig voornoemd artikel 7, lid 4, zijn dergelijke bepalingen van rechtswege nietig. Artikel 45 VWEU en de bepalingen van verordening nr. 1612/68 laten de lidstaten en de sociale partners de vrije keuze tussen de verschillende oplossingen die geschikt zijn om de doelstelling van die respectieve bepalingen te bereiken.
(1) PB C 226 van 30.7.2011.
Full & Egal Universal Law Academy