8.12.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 379/7
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 18 oktober 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Court of Appeal of England and Wales (Civil Division) — Verenigd Koninkrijk) — Football Dataco Ltd, Scottish Premier League Ltd, Scottish Football League en PA Sport UK Ltd/Sportradar GmbH en Sportradar AG
(Zaak C-173/11) (1)
(Richtlijn 96/9/EG - Rechtsbescherming van databanken - Artikel 7 - Recht sui generis - Databank met gegevens over aan gang zijnde wedstrijden uit voetbalcompetities - Begrip „hergebruik” - Plaats waar hergebruik plaatsvindt)
2012/C 379/12
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
Court of Appeal of England and Wales (Civil Division)
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Football Dataco Ltd, Scottish Premier League Ltd, Scottish Football League en PA Sport UK Ltd
Verwerende partijen: Sportradar GmbH en Sportradar AG
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Court of Appeal of England and Wales (Civil Division) — Uitlegging van richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken (PB L 77, blz. 20), met name van artikel 7 — Recht van de maker van een databank om de opvraging en/of het hergebruik van een deel van de inhoud van de databank te verbieden — Begrippen „opvraging” en „hergebruik” (art. 7, lid 2, van de richtlijn) — Databank met gegevens over aan de gang zijnde voetbalwedstrijden („Football Live”)
Dictum
Artikel 7 van richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een persoon gegevens die hij eerder heeft geüpload uit een databank die wordt beschermd door het recht sui generis ingevolge deze richtlijn, via een webserver in lidstaat A naar de computer van een andere persoon in lidstaat B op diens verzoek verzendt om in het geheugen van deze computer te worden opgeslagen en op het computerscherm te worden getoond, sprake is van „hergebruik” van die gegevens door de verzender. Die handeling moet worden geacht in elk geval in lidstaat B plaats te vinden wanneer er aanwijzingen zijn dat uit de handeling blijkt dat degene die deze verricht zich op leden van het publiek in die lidstaat wil richten, hetgeen ter beoordeling van de nationale rechter staat.
(1) PB C 194 van 2.7.2011.
Full & Egal Universal Law Academy